Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plechtigheid verricht: het gezicht naar Jeruzalem gewend, nadat de biddenden eerst hebben gekeken of hunne voeten wel goed geplaatst zijn, en zij over rechter- en linkerschouder de engelen hebben begroet, die ieder mensch onzichtbaar begeleiden. En de vrouwen staan aan den post van haar deur geleund toe te zien, glimlachend, alsof zij zeggen willen: „o, dat manvolk! Als kinderen moet-je ze behandelen, wil je hebben, dat ze hun plicht doen!"

Want de vrouwen in de Oostersche Jodengemeenten bidden niet, althans niet openlijk, zooals mannen het doen. Het gebed is voor dezen, voor de mènschen, en de vrouwen, dat weet ieder, zijn geen menschen, dat zijn vrouwen. Misschien deuken zij wel, dat. het leven der vrouwen een voortdurend gebed is van liefdevolle toewijding, dat niet in woorden behoeft omgezet te worden.

Er was, tijdens ik mij in Saloniki bevond, een oud A sj ke n a z i-vrouwtje in de gemeente gekomen, die de buurt schandaliseerde doordien zij dadelijks in de synagoge Mayor haar gebed kwam doen. Het werd baar niet belet, maar de straatjongens klommen er voor tegen de traliën der vensters op om het zonderlinge schouwspel te zien, dat daar een oud vrouwtje in de synagoge kwam bidden, en de ouderen zagen het aan, ietwat geërgerd, meewarig, alsof Adouaï notitie zou nemen van het gebed van een oude vrouw, en nog wel een Asj kenazi, terwijl de mannen tenminste tien in getal moeten zijn, zelfs S e p h a r d i m, om door den Heer gehoord te worden. En dan nog! Maar het oudje ging voort, en bad met murmelende lippen; zij stoorde zich niet aan het schandaal, dat haar bidden in de synagoge veroorzaakte. Gebed voor gebed, dacht zij misschien, de menschen hebben er het privilegie niet van, de vrouwen mogen ook bidden. Misschien ging haar zelfstandigheid wel zoover, dat zij zichzelve ook een mensch achtte, of dacht zij, dat wanneer het gebed van den rechtvaardige veel vermag, er heel weinig rechtvaardigen meer onder de menschen zijn. Hoe dit ware,

10*

Sluiten