Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drukt, hen ook wel tot meerdere geslachtelijke zelfoeheersching voeren, althans tot meerdere voorzichtigheid aansporen in sexueelen omgang. In elk geval zullen dan de „onechte geboorten wel minder worden. Voorspellen in deze is moeielijk, de practijk alleen kan hier leeren. De ondervinding bewees echter, dat tot nu toe, het verbod van 't onderzoek naar 't vaderschap de meisjes en vrouwen niet „zedelijker" gemaakt heeft, gelijk dan toch verondersteld werd, en nog wordt, de goede bedoeling te zijn van het artikel in de • Code Napoleon „la recherche de la paternité est interdite". Meisjes en vrouwen zijn door dat verbod — en 't is gebleken een schrikkelijke straf te zijn: het zelf alléén voorzien in de opvoeding van het kind — er nog niet toe gebracht geworden, niet toe te geven aan de begeerte der mannen.

Dat alleen de bedoeling van Napoleon zou geweest zijn zijn officieren en soldaten een vrij en goed geslachtelijk leven te bezorgen, willen wij nu maar eens niet aannemen, En al moge dat 't geval geweest zijn, de Hollandsche wetgever die 't overnam, en daardoor bleek een schoon principe bij die wet te veronderstellen, ging zeker niet van dat immoreele denkbeeld uit.

Maar nu gebleken is, dat zelfs dat harde middel meisjes en vrouwen niet heeft kunnen beveiligen voor de geslachtsdrift van den man, is de tijd aangebroken, het eens met het tegenovergestelde te beproeven, en het onderzoek naar het Vaderschap niet alleen toe te staan, maar zeer noodig te achten en dus verplicht bij klacht te stellen.

De vraag nu: moet de man dan maar blijven zoo als hij is; moeten we niet trachten hem op een hooger geslachtelijk peil te brengen? — zal ik niet met een: ,,'t is onmogelijk, doe maar geen moeite" beantwoorden. Men kan 't beproeven; baat 't niet, 't schaadt ook niet; bijv. door soberder voeding van den man en geen alcoholgebruik aan te bevelen, 't Ware te wenschen dat de man wat minder geslachtsdriftig was, dat zou hem en de vrouw een vrij wat rustiger leven geven en heel wat meer geluk.

Men bedenke echter bij de verbeteringsproeven, met welk eigenaardig— van de vrouw geheel verschillend — geslachtelijk wezen men in den man te doen heeft.

Ik heb er vooral tegen willen opkomen, dat er maar altijd door

Sluiten