Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inwilliging onzer oogenblikkelijke begeerten en verlangens. Want 't is al van overoude bekendheid, dat dit dezelfde uitwerking heeft als 't lesschen van onzen dorst met zeewater.

Neen, het wezen van geluk is: innerlijke vrede. Want elke aandoening die geluk schijnt, maar geen innerlijken vrede geeft, is slechts voorbijgaand genot, met snel bederf en wrangen nasmaak.

De materialist, die zich (schijnbaar) niet bekommert om God en onsterfelijkheid, en alléén maar vraagt naar eigen geluk, zal dit toch inderdaad alléén kunnen vinden in een toestand van innerlijken vrede. En, 't is eigenaardig maar waar, dat men geen duurzamen innerlijken vrede zal vinden tenzij aan den innerlijken drang naar Heiligheid en naar Liefde — welke ieder individu voelt naar de mate van zijn moreele ontwikkeling — voldaan is; een vrede die zóólang duren kan tot de moreele ontwikkeling opnieuw onvrede doet ontstaan, welke weder de spoorslag is tot het verwerven van hooger geluk. De geluksdrang van den materialistischen egoïst zal ten slotte denzelfden weg moeten zoeken en inslaan als die van den sociaal-altruïst, en deze weg zal dezelfde zijn als die van den religieuzen evolutionist, den Christen, den Boeddhist, den Theosoof — ja hoe men 's menschen geloof of wijsgeerig inzicht ook wil betitelen. Want dieper dan alle woord- en meeningsverschillen ligt in 's menschen wezen de Goddelijke Drang zoowel naar Volmaking als naar Liefde.

Alle wetenschapszin, alle schoonheidszin, alle sociale voelen, alle medegevoel met dieren, alle bewondering en genot in beschouwing van sterren en planten en kristallen, — dat alles, wat allen menschen (al is 't ook slechts in kiem of in sluimertoestand aanwezig) gemeen is, wat derhalve voor den Mensch kenmerkend is, wijst op die Evolutie-kracht, op dien Goddelijken Drang. Dit alles dient mij tot bewijs dat in het beginsel van Heiligheid en van Liefde de grondslag der menschelijke ethiek gelegen moet zijn.

Ja, ik geef toe, de moraal, de leiddraad voor ethisch gedrag, moge verschillen naar de mate onzer ethische ontwikkeling; evenzeer als wijze ouders van hun kinderen van verschillenden ouderdom een verschillend gedrag zullen verlangen. Een zuigeling die niets doet dan drinken en slapen, wordt een wonderzoet kindje gevonden; maar voor volwassen menschen is de eisch der moraal anders dan dat zij slechts eten, drinken en slapen zouden.

Sluiten