Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WETENSCHAP EN ZEDELIJKHEID.

M. H.!

In het jaar 1749 werd door de academie te Dyon een prijsvraag uitgeschreven over den invloed dien de kunsten en wetenschappen hebben gehad op de zeden: „Le rétablissement des sciences et des arts a-t-il contribué a épurer les moeurs" zoo luidde de vraag.

Meerdere antwoorden waren ingekomen. Een antwoord, dat betoogde, dat de kunsten en wetenschappen ontwijfelbaar nadeelig op den zedelijken toestand der volken hadden gewerkt, was volgens de uitspraak der beoordeelende Commissie zóó overredend, dat het der bekroning werd waardig gekeurd. Bij de opening van het naambriefje bleek de schrijver te zijn Jean Jacques Rousseau.

Nauwelijks was de uitslag bekend, of er brak een storm van verontwaardiging los over de academie van Dyon. De academies van Parijs en Besanqon namen het der jeugdige zuster — de academie van Dyon bestond toen pas tien jaar — volstrekt niet in dank af, dat zij een arbeid bekroond had, die der wetenschap — tot dusver beschouwd als een heilig kleinood - zulk een moreelen klap in het aangezicht gaf.

Dat spoedig na de uitgave van Rousseau's antwoord mannen van naam aan het werk togen, om de wetenschap van de op haar ge-

Sluiten