Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kondigt in deze dingen niets anders, dan wat de christelijke leer ten allen tyde verkondigd heeft.

Wij zullen trachten dit aan te toonen.

Wij gaan terug tot Adam. Gij kent den val van den eersten mensch. Gij kent de solidariteit van het menschelijk geslacht in Adam; gij weet dat allen in Adam gevallen z\jn, zoodat allen in zonde en misdaad zijn geboren en het gansche menschelijk geslacht boos is — „geneigd tot alle kwaad, onbekwaam tot eenig goed." Aldus Gods Woord!

Maar is dit dan ook de uitspraak der ervaring? Zijn dan de menschen zoo slecht; zijn wij dan waarlijk „criminels" in den gangbaren zin van het woord? Zijn alle menschen moordenaars?

„Gjj zult niet doodslaan" luidt het zesde gebod. Is dat zoo? Ja, luidt het antwoord van Jezus: „Ik zeg u, zoo wie ten onrechte op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht, en wie tot zijn broeder zegt: Raka!') die zal strafbaar zijn door den Hoogen Raad; en wie zegt: gij dwaas, die zal strafbaar zijn door het helsche vuur." Meer nog: de Catechismus zegt ons duidelijk, dat wij niet alleen niet mogen haten, niet alleen neutraal, onverschillig mogen zijn tegenover onze medemenschen, maar hen bepaald moeten liefhebben.

Wie gaat hier vrij uit? En die niet vrij uitgaat.... de kiem, het beginsel van den doodslag ligt in hem. Hij is een „criminel".

Een ander artikel, het zevende gebod: „gij zult geen overspel doen", (Mozes). Jezus legt uit: „zoo wie eene vrouw aanziet om dezelve te begeeren, die heeft alreeds overspel in zijn hart met haar gedaan." De minste onkuische gedachte reeds is overspel — volgens de zuivere verklaring van Gods Woord!

Zóó met alle zonden; de overtreding van alle geboden. Wie steekt zijn hand in den boezem, die er niet melaatsch uitkomt? Buitendien, de Heer heeft gezegd: die één dezer geboden overtreedt, heeft zich schuldig gemaakt aan alle. Er is een solidariteit in de geboden, een onverbreekbare eenheid; de overtreding van de wet beteekent: schennis van de heiligheid Gods. Die heiligheid is één: de geboden zijn één — door de overtreding van één gebod zijn alle geboden geschonden. De kiem van alle zonden is in allen.... Volstrekte solidariteit in Adam — allen gevallen in Adarn, allen schuldig aan alle misdaden; allen misdadigers. Hoe zou Kaïn anders tot de overtreding van het 6de gebod gekomen zijn? H\j had geen voorganger gehad. Hij was — voor die zonde — geen „delinquente nato"; maar hij was dit wel, in zoover hij in zonde ontvangen en geboren was, de zonde in het algemeen

') IJdel, slechthoofd; Byriscli smaadwoord.

Sluiten