Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet het gezag, door God aan zijne handen toevertrouwd, hooghouden en bevestigen, in de eerste plaats door het niet ie misbruiken, maar hefc uit te oefenen met waardigheid en toewijding, ten bate van het algemeen, in het tijdelijk en eeuwig belang van zijne ondergeschikten. Aan den plicht van kinderen en onderdanen beantwoorden wederzijdsche plichten van ouders en overheden. Dit wordt in het vierde gebod niet gezegd, maar het ligt in den aard der dingen.

En daarom ook een huldegroet aan onze huidige christelijke bewindsmannen in den lande. — In zeer moeilijke omstandigheden hebbon zij getoond hun overheidsplicht te begrijpen. En onlangs wederom hebben zij het luide uitgesproken, dat zij de handhaving van het gezag als hunne eerste en noodzakelijkste regeeringstaak beschouwen. Dat is belijdenis en beoefening van het vierde gebod. —

Om wille van zijne maatschappelijke beteekenis hebben wij bij dit gebod wat langer stil gestaan. Het drukt in weinige woorden een beginsel uit, waaraan Kerk en Staat zoowel als het huisgezin, in één woord geheel de menschelijke samenleving, den eersten waarborg van hun bloei en welvaart, ja van hun voortbestaan zelfs, moeten ontleenen.

Slechts in het voorbijgaan wijs ik nog even op de uitdrukking: „uwen vader en uioe moeder." De moeder staat hier, als vertegenwoordigster van het ouderlijk gezag, wel na maar toch naast den vader, de vrouw naast den man. Men heeft in het O. T. miskenning der vrouw willen vinden. 3?) Hier aan den aanvang van Israëls wetgeving ligt die zeker niet. „Eer uwe moeder" staat naast het „eer uwen vader." En fvaar de sabbatrust geëischt werd voor de dienstbaren, ontmoetten wij eveneens de slavin naast den slaaf.

Bij de volgende geboden behoeven wij niet lang te verwijlen. De zin is hier duidelijk. Bepaald worden 's menschen verplichtingen jegens den evenmensch, als zoodanig. Deze bezit een viervoudig recht, dat de goddelijken Wetgever in bescherming neemt, een viervoudig goed, waarnaar geen

Sluiten