Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar wat doet nu het liberalisme?

Aanvaardt het de consequentie zijner eigen theorie?

In geenen deele. Het behoudt het oude strafstelsel en de oude strallen nagenoeg geheel. Het stopt den misdadiger, om hem van zijn misdaad te genezen, in de gevangenis.

Maar nu komt het socialisme weer, en wijst het liberalisme op de inconsequentie van zijn practijk. Verbeeld u> zeggen zij, dat een dokter voor alle kwalen slechts één geneesmiddel had; zou zulk een dokter niet met recht een kwakzalver worden genoemd ? Ferm heeft het libeïalisme in zijn voordrachten te Amsterdam dan ook met schorpioenen gegeeseld, toen hij ongeveer aldus sprak : „hn wanneer wij ons een oogenblik wenden lot het tuchtigingsmiddel zelf: tot de gevangenen, dan dringt het irrationeele hiervan zich ook aan ons op. Is het niet hetzellde, als wanneer een medicus slechts één geneesmiddel had, dat hij voor chirurchische, interne, gynaecologische gevallen slechts anders te doceeren had." I)

Deze redeneering is zóó juist, dat de liberalen op den duur de kracht, daarvan zullen moeten erkennen, en óf hun theorie prijs geven, óf ook op dit punt de socialisten volgen. En waar hot pprsfp wp.I nipt (rpkonror. ~r»i

w qvuuuiv/II /iC* I y llt/O

ben wij dus het laatste te verwachten.

Maar daardoor zullen de oogen des volks dan ook steeds meer worden geopend; zal het steeds duidelijker zien, dat het liberalisme, zooals Grokx reeds profeteerde, op alle gebied lot socialisme leidt; en dat beide, liberalisme en socialisme, ten slotte alle orde omkeeren.

^ il"' wanneer dit waar is, dat God geen enkele misdaad stratt, maar al/es vergeeft, omdat Hij alles weet, dan moet daaruit volgen, dat ook de overheid alles moet zoeken te weten, en niets moet strallen. Moet daaruit volgen, dat ook de vader alles moet zoeken te weten, zijn tuchtroede wegwerpen, en geen enkele wandaad zijner kinderen bestrallen.

Maar wie gevoelt niet, hoe hiermede alle gevoel van verantwoordelijkheid wordt uitgebluscht, alle schuldbesef wordt

1) Zie Soesman, t. a. p. blad. 43.

Sluiten