Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den gedachtengang van Gen. III geisoleerd, dan zou men recht hebben tot een interpolatie of kantteekening te besluiten. Doch nu dit niet het geval is, wint men voor de interpretatie van Gen. III niets door vers 20 uit den tekst te werpen.

Prof. Eerdmans handhaaft het dan ook, en neemt in dit vers zijn uitgangspunt van verklaring voor geheel het hoofdstuk.

Volgens hem is Gen. III niet anders dan een poging om bestaande dingen te verklaren door iets, dat vroeger geschied is. „De vrouw baart met smart. Waarom is dit?" „De strijd om het bestaan is moeielijk voor den landbouwer in het waterarme land, dat door de hitte wordt geteisterd. Waarom?" Op deze vragen wil Gen. III een antwoord geven, zooals b.v. „de Israëliet zich verwonderde ever den eigenaardigen vorm der groote torenvormige terrassen, die bij Babylonische tempels voorkwam en daarom den torenbouw ter verklaring van dit wonderlijke verzint."

Doch dan is, volgens Eerdmans, in Gen. III de boom des levens oorspronkelijk geweest en is onze redactie met den boom der kennis in het middelpunt door een omwerking in de scholen der priesters ontstaan.

Gen. III wil nl. verklaren, hoe de menscli kwam aan „de geheimzinnige kracht, die hem in staat stelde, leven te verwekken."

De mensch heeft gegeten van den wonderlijken boom des levens, en daardoor het vermogen, leven te wekken, ontvangen.

Ik geloof niet, dat Prof. Eerdmans met zijn opvatting gelijk heeft. Prof. Eerdmans moet heel wat phantaseeren over den arbeid van allerlei Joodsche geleerden, om de langzame omwerking van den boom des levens in den boom der kennis aannemelijk te maken.

Doch dit daargelaten, geheel de veronderstelling van Prof. Eerdmans wordt onmogelijk gemaakt door vers 22.

Vers 22 veronderstelt nl., dat de mensch nog niet van den boom des levens gegeten heeft. Bij Prof. Eerdmans' opvatting van Gen. III is dit natuurlijk reeds het geval geweest. In de eerste verzen van Gen. III wordt ons de overtreding van

Sluiten