Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze oplossing van het vraagstuk kan ik onmogelijk aanvaarden. Zij verklaart eigenlijk niets. God rekent dan Adams schuld aan anderen toe. Hij doet dit, niet zoozeer krachtens Zijn rechtvaardigheid, maar krachtens Zyn souvereiniteit. God doet dit in laatste instantie, omdat het Hem behaagt. Zulk een beroep op Gods souvereiniteit zou men nog kunnen laten gelden, indien men zich voor deze leer der toerekening van Adams schuld op een plaats uit de H. S. kon beroepen, waar met zoovele woorden deze gedachte werd gevonden. Dat dit niet het geval is, zal straks blijken, wanneer ik over Kom. V : 12, waar men dit leerstuk meent te vinden, zal handelen. Maar waar men geen Schriftplaats heeft, die in dezen duidelijk spreekt, is het beroep op Gods souvereiniteit niet anders dan een testimonium paupertatis.

Dubbel onaannemelijk wordt de Gereformeerde voorstelling in dezen, wanneer men bedenkt, dat deze toerekening van Adams schuld voldoende is, een mensch voor eeuwig verloren te doen gaan. Een mensch wordt dus in de hel gestooten, omdat niet hij, maar een ander Gods gebod overtreden heeft. Tegen deze gedachte komt ons billijkheidsgevoel in opstand. Het is onmogelijk, God zulk een onrechtvaardigheid toe te schrijven.

Dichter bij de oplossing zou de Gereformeerde theologie hebben gestaan, indien zij bij de verklaring van het ontstaan des menschen traducianist ware geweest '). Dan toch had men kunnen veronderstellen, dat wij allen in Adam zijn besloten geweest, en dat, toen hij zondigde, wij allen in hem en met hem gezondigd hebben.

') Opmerkelijk is, hoe er bij de jongere (ierefornieerile theologen een voorliefde voor liet traducianisme is waar te nemen. I>r. (irevdanus is volbloed traducianist (Toerekentiigst/rotitl run het pecmh(m ni ii/huiim, Amsterdam, Bottenburg bi/. 4K vlgg.) I)r. Kuvper is een beslist ereatianist. Maar als bij de waarheid van de toerekening van Adams schuld aan ons verklaren wil, gebruikt hij beslist traducianistischo argumenten ,.met deu éénen Adam", zoo /egt hij, ,.is eigenlijk reeds de geheele meuschheid

Sluiten