Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet Calvinisme wederom van liet Romanisme en Lntherdom, die de zaligheid des menschen als hoogste doeleinde aller dingen stellen.

Het Calvinisme kenmerkt zich verder daardoor, dat het geen tusschenpersonen duldt tussehen den menseh en zijn God; maar voor eiken mensch het recht opeischt zonder tusschenpersonen niet zijn God te verkeeren. (), ongetwijfeld eert het Calvinisme de ambten. Het onderscheidt zich daarin zeer zeker van het Independentisme, dat het ambt beschouwt als een inzetting van menschen, den ambtsdrager als een dienaar, niet van God, maar van (Jods volk, en dat alzoo een soort van Christelijke volkssonvereiniteit huldigt. Het Calvinisme daarentegen houdt liet ambt voor een inzetting Gods; den ambtsdrager voor een dienaar Gods, die allereerst het Woord Gods en niet liet woord van Gods volk heeft te brengen, en daarom in de oefenin»van zijn ambt niet de menschen, maar zijn God naar de oogen lieet't te zien. Maar het Calvinisme verwerpt met alle kracht elke voorstelling, alsof de ambtsdrager een onmisbare tusschenpersoon zou moeten zijn tussehen den mensch en zijn God. Het Calvinisme is door en door antielericaal. En ook hierin stelt het zich èn tegenover liet Romanisme, dat den priester, èn het Lutherdoin, <]at de Kerk schuift tussehen den mensch en zijn God.

Vervolgens kenmerkt liet Calvinisme zich daardoor, dat het zich met alle kracht op het heele menschel ij ke leven werpt, en alle gebied des levens opeischt voor den dienst van God. Het gansche leven is voor den Calvinist «misdienst. Hij wil een Christen zijn, niet alleen op den Zondag, maar ook van Maandag tot Zaterdag. Hij heeft als grondstelling: ,/homo sum, et nil humani a me alienum esse puto"; dit is: „ik ben een mensch, en ik meen dat niets nienschelijk mij vreemd is." En heel het rijke menschenleven wil hij leven tot eer van God. Hierin is het echte Calvinisme geheel en al onderscheiden, zoowel van liet anabaptisme uit de dagen der reformatie, dat allen politieken arbeid schuwde, als van het piëtisme en methodisme van onzen tijd, die vooral uitgaan op individueele bekeering, maar die liet reformatorisch zout voor kerk staat en maatschappij ten eenenmale missen.

Sluiten