Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft, in la passion pour le salut des ames — de hartstocht voor het heil der zielen — onmiskenbaar.

„Gezegend geloofsgetuige in een tijdperk van opwekking (Réveil) door het nu — in 1873 — toongevend geslacht te weinig welligt in aard en vrucht gewaardeerd."

Hetgeen hier door Groen wordt gezegd van den vriend en leidsman, die hem tot Christus bracht, is mede van toepassing op den dankbaren leerling, die onder die bezielde prediking werd opgewekt tot een nieuw leven der ziel. Voortaan zou Groen behooren tot de mannen van het Réveil, en hij zegt op 18 Februari '74: „Eer ik de schatkamer der Historische brieven (Oranje's Huis-Archief) binnentrad, had ik mij aangesloten bij de Secte die altijd en overal wederspraak ontmoet. Bij de christelijk-historischepartij, die op het Anker der ziele steunt en door alle eeuwen stand houdt." Tegen het einde van het jaar 1833, na zes jaren dienst, eerst als Referendaris en sedert April 1829 als Secretaris van des Konings Kabinet, werd Groen „belast met het toezicht over het Huis-Archicf" van Oranje, en van toen af bevond hij zich „te midden van een tot dusver gesloten schatkamer der Correspondentiën van staatslieden en helden," die hadden geleden en gestreden voor het Geloof. „Nauwelijks eenigermate met de belangrijkheid der Verzameling bekend, verzocht hij autorisatie ter uitgaaf. Ze werd, eere zij de nagedachtenis van onzen eersten Koning! bijkans tegelijkertijd gevraagd en verleend". In den loop van twaalf jaren gaf Groen, die met onverdroten ijver arbeidde, de Eerste Serie van de Archives Deel I en II in 1835 en Deel VIII in 1847.

Hoewel opgesloten in het Huis-Archief, was Groen niet afgesloten van zijn Volk en van de vrienden, die met hem van hetzelfde geloof waren. Reeds in het jaar, toen de geloofsvervolging tegen de afscheiding begon te woeden, gevoelde hij de waarheid van het Woord der Schrift: En hetzij dat één lid lijdt, zoo lijden al de leden mede. Meer dan twee jaren lang bleef hij stilzwijgend toeschouwer, maar eindelijk verliet hij zijne tent, en hij trad te voorschijn als verdediger van gewetensvrijheid. Zijn geschrift: „De Maatregelen tegen de Afgescheidenen aan het Staatsregt getoetst door Mr. G. Groen van Prinsterer," beleefde in het jaar der verschijning (1837) een derden druk. Dit merkwaardig boekske, 70 bladzijden groot, is een pleidooi, door de hand

Sluiten