Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat het door een geliefde hand toegereikt wordt. — Inderdaad de ingenomenheid van het Bestuur met die inrigting zou raadselachtig zijn, indien niet ook hier de invloed en overmagt der toenmalige Staatstheorie duidelijk was. De Kerk moest vernieuwd worden naar den Staat. Ook op dat gebied moest de hooggeroemde eenheid worden overgebragt die geenerlei natuurlijke en vrije ontwikkeling laat, maar alles, zoo veel mogelijk, in een middenpunt zamentrekt, en, behoudens eenige bij de uitkomst vrij onbeduidende vormen van vertegenwoordiging en verkiezing, aan een kunstmatig beheer en oppermagtig albestuur onderwerpt: centralisatie en concentratie was aan de orde van den dag. Evenwel die analogie was voor het welzijn van den Staat geen vereischte. Het bijeenroepen van een Algemeen Nationaal Synode, in strijd met de historische, beproefde, en hooggeachte inrigting der Kerk, was niet noodig, niet wenschelijk; onraadzaam en gevaarlijk zelfs, in veler oog onwettig, daarbij inconstitutioneel ; het zou ongenoegen, het zou wanorde verwekken. Dus oordeelde destijds de Raad van State in een uitvoerig advis (6); en toch, het plan is ten uitvoer gelegd; en toch is men, in 1827, door het instellen eener permanente Synodale Commissie, op den weg der concentratie nog eene aanmerkelijke schrede voorwaarst gegaan. Dus heeft in 1814 de Raad van State geoordeeld, voorspeld; die voorspelling werd door de vervulling niet onmiddelijk gevolgd; maar, wij zien het thans, onvervuld bleef zij niet.

Nog heb ik het voornaamste, datgene wat voor de Kerk het meest verderfelijk was, niet gezegd. Hetgeen hierboven bijgebragt werd; het geloof der Gereformeerde Kerk en in 't algemeen de belijdenis van het Evangelie, van Staatswege als ééne onder vele Godsdiensten beschouwd; het onderwijs bestuurd zonder medewerking der Kerk en, hoewel niet met opzet, toch inderdaad en bij onvermijdelijk gevolg, tegen de kern en tegen het wezen der Evangelieverkondiging gerigt; het toezigt van het wereldlijk gezag veranderd in eene suprematie welke doordringt tot in de minste bijzonderheden van het inwendig beheer: dit alles, hoe grievend het mogt zijn, had niet regtstrceks betrekking tot de geloofsleer in de Hervormde Kerk, den grondslag van haar bestaan en de conditio sine qua non van haar behoud.

Sluiten