Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willekeur der Geestelijken, aan elks rede, verbeelding, of gevoel, aan elks geloof, ongeloof, of halfgeloof prijs gegeven had. Eerst toen, doch toen zeer natuurlijk, werd de bevoegdheid van het Synode onderzocht, en in twijfel getrokken en ontkend; en, toen de naam des Konings er in werd gemengd, de bevoegdheid evenzeer van het wereldlijk gezag. Waarop men vroeger geen acht had geslagen, werd toen spoedig bemerkt. Waar, zeide men, waar toch is de grond van die Synodale magt, de grond van dat beschikken over de gansche inrigting onzer Kerk? Kan de aard en de vorm van ons Kerkbestuur, niet slechts op een meer dan tweehonderdjarig bestaan gevestigd, maar ook uitvloeisel van de Hervormde leer, veranderd worden door een Koninklijk Besluit f Zouden wij onder eene soort van Bisschoppelijk gezag, ook, bij voorbeeld, onder een' Superintendent en eene soort van Kerkelijke Oppermagt gebragt kunnen worden ; zou ook dit behooren tot de bevoegdheid van het Gouvernement? En zoo later eenig Vorst tot wederinvoering of navolging der Pauselijke Hierarchie dwong, zou de Gereformeerde Kerk zich ook die gedaantewisseling, ook die zelfvernietiging, laten gevallen ? Zou dit gehoorzaamheid, of zou het slaafsche overgave zijn van regten wier verdediging, niet in hun eigen belang, maar in het belang der Kerk, tot de pligten der Kerkleden behoort? Deze en dergelijke vragen werden gedaan, en niet zonder antwoord gelaten, en ook die antwoorden namen den vorm aan eener klagt; doch, ik herhaal het, hiermede werd geëindigd, niet begonnen. In het eerst dacht men niet aan Synode of Gouvernement; maar men dacht aan de prediking van Christus en dien gekruist. In verscheidene Gemeenten vond men die prediking niet; een verminkt, een verwaterd, een krachteloos Evangelie; geen Evangelie, geene blijde boodschap, geen woord des levens meer, in het Kerkgebouw, aan het ziek- en sterfbed, bij de Godsdienstige vorming der jeugd. Ook bij die vorming vond men het niet, hoewel men, bij de erkentenis van het onchristelijke of algemeen-Christelijke der school, verwezen werd, als naar vergoeding en geneesmiddel, naar de Christelijke Catechizatie, doch die op vele plaatsen evenmin Christelijk was. Hierover werd geklaagd, en de klagt over zielegif, in plaats van zielevoedsel, kan niet ten kwade worden geduid.

Sluiten