Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts in de schede gehouden, maar verbroken te worden.— Het is bepaaldelijk aan de Regering dat de Grondwet de handhaving van de dierbaarste aller vrijheden opgelegd heeft: „de Koning zorgt dat geen godsdienst gestoord worde in de „vrijheid van uitoefening die de Grondwet waarborgt Art. 196.

Vernietigd, ik zeg het vrij uit, behoort de Fransche wetsbepaling te worden, in zoo ver zij op Godsdienstoefening toepasselijk is. Wat heb ik, om dit te bewijzen, met omslagtige redenering, met de spitsvindigheden der regtsgeleerdheid en de angstvallige uitlegging der wetten te doen! Is Art. 291 van het Wetboek van Strafregt, een waarborg tegen slaven voor een' tijran, is het waardig overgenomen te worden waar tusschen Vorst en onderdanen, meer welligt dan in eenig Rijk der aarde, wederzijdsche gehechtheid bestaat? Retaamt het, dat, in Nederland en onder een' Vorst uit een bij uitnemendheid Godsdienst- en vrijheidlievend Geslacht, geen twintig menschen zonder toestemming van het Gouvernement een gebed, een lofzang tot God mogen heffen? Is dit, in 1814 en 1815» toen de lof van milde en vrijzinnige begrippen geheel Europa doorklonk, de meening der Grondwet geweest ? Zou deze inderdaad hebben bedoeld dat Christenen nergens dan in de tempelgebouwen der kerkgenootschappen Godsdienst zouden mogen houden, en dat, zoo gemoedelijk bezwaar hen van die uitwendige kerk tot onderlinge bijeenkomsten dreef, hun Godsdienstoefening niet slechts belemmerd, maar met boete en gevangenis zou worden bestraft? Is dit de geest der Grondwet en had Z. M. daarop het oog, toen Hoogstdezelve aan de dubbele Vergadering der Staten-Generaal, bijeengekomen om over deze Grondwet te beraadslagen, heeft verklaard dat de gewetensvrijheid gewaarborgd was in den volsten zin? Zou men in 1815 veroordeelingen als die wij thans beleven, mogelijk hebben geacht? Stemmen zij overeen met hetgeen de Koning zelfs toen gewild, bevorderd, vastgesteld heeft ? Ik beroep mij op de herinnering aan dien heugelijken tijd ; ik beroep mij op elk waarheidlievend hart!

Voorafgaande erkenning heeft de Grondwet niet verlangd. Elke Secte, nieuw of oud, heeft een volkomen regt op een

Sluiten