Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewigtiger punt, om het veldwinnen der begrippen waardoor men haar, als Afdeeling „van den Staat, aan het Staatsbeheer onderwerpt."

In de „Nederlandsche Gedachten" van 6 April'71 zien wij hoe het verleden opdoemt voor het geestesoog van den Schrijver. ,,In 1837, zegt hij, heb ik mij tegen de vervolging van de Afgescheidenen verzet, om de gewetensvrijheid niet alleen, maar omdat ik in hen een veerkrachtig bestanddeel der Hervormde Gemeente gewaardeerd heb". Twee redenen van verzet: de algemeene en de bijzondere. Op 8 Augustus 72 zegt hij alleen: „Ik kwam op voor gewetensvrijheid der leden van de Herï'ormde gezindheid ook buiten het gouvernementale Kerkgenootschap. 1 horbecke was pleitbezorger der gouvemetnentale Kerk en orgaan der gr00te Protestantse/ie partij'. — Tusschen de jaren 1837 en 1840 heeft Groen zijn tijd geheel gegeven aan den arbeid in het Huis-Archief des Konings, en drie deelen van de „Archives", Deel V (1574— 1577). VI (1577—1579) en VII (1579—1581) gaf hij kort na elkander in het licht. De koninklijke geest van Groen was steeds bezig met de studie van de woorden en de daden van l'rins Willem I. Begrijpelijk is dan ook de blijde toon, waarmede da Costa, na de ontvangst van Deel VII, op 13 December 1839 zijn brief aan Groen aldus aanvangt:

Lieve Vriend en Broeder!

„Heb dank voor het belangrijk cadeau op nieuw, van een gewichtig Deel der Archives. Schoon ik het deze week ontzettend druk had, en daarom ook zoo lang vertoefde met weder schrijven, heb ik mij evenwel het genoegen der lezing uwer voorrede niet kunnen weigeren.—Wat meesterstuk 1 — en hoe heerlijk komt daar weder de voortreffelijke Prins, uit de nevelen van het voorgaande tijdvak dier briefwisseling te voorschijn. Het is toch waarlijk, bij de menschelijke gebreken (en ook dezen moeten het werk van God recht doen uitkomen!) een der edelste en schoonste karakters die de Historie oplevert. Aangenaam was het mij dat het eerste gesprek in de Vergadering van het Instituut, vóór den aanvang der zitting, door mij bijgewoond, over uw werk ging, lieve Vriend! waaromtrent dan ook maar ééne stem was". — In de jaren '40— 48 heeft Groen voor de zaak der gewetens vrijheid alleen gearbeid in het stille studeervertrek, en de

Sluiten