Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze ubv komt pas aan liet einde. Want wat de rechtvaardigmaking betreft zijn de geloovigen volmaakt in Christus Jezus. Ook de heiligmaking is hier beneden reeds volmaakt in deelen, schoon niet in trappen. Maar liet verste blijft aan deze zijde des grafs de heerlijkmaking van de volmaaktheid verwijderd. Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.

Dit geldt ook van Job. Zijne godskennis is theologia viatoris van het eerste vers af tot het laatste toe. Doch we moeten in het oog houden, dat de toekomstige lieerlijkmaking reeds hare voorafschaduwing vindt op aarde, en dat dit vooral aan den dag treedt onder het oude Testament. Het valt nu eenmaal niet te ontkennen dat het Oude Verbond veel meer diesseitig is dan liet Nieuwe, en daar is ook reden voor. Voor ons is het betrekkelijk licht om jenseitig te zijn, wijl we ons vleesch in den hemel tot een zeker pand hebben, dat Hij als het Hoofd ook ons zijne lidmaten tot zich zal nemen (Heid. Cat. antw. 49). Maar onder den ouden dag had de overwinning des doods door .1. C. nog niet plaats gehad, al lag die ook vast in Gods besluit. Daarom vindt men bij de geloovigen van toen telkens dat terugbeven voor de duisternis van den waar de Voorlooper nog

niet ingegaan was. Maar daarom ook juist was het voor de vromen van ouds zoo gewichtig, dat ze ook in 't zichtbare reeds de voorafschaduwing bezaten van de toekomstige heerlijkuiaking.

Dat nu ook Job dezen aardschen bezat in ver¬

band met zijne oprechtheid en vroomheid vinden we beschreven in cap. 1 : 2—5. Maar dit beginsel der heerlijkuiaking wordt hem tijdelijk ontnomen, o.a. opdat hij zal leeren verstaan, dat de ware heerlijkmaking aan gene zijde der. grafs ligt. Zoo vinden we in Jobs leven eene relatieve afwisseling tussclien aanschouwing en geloot. Ën hiermede is onsprincipium dividertdigegeven.

Sluiten