Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van door //hunnen rouw" is zeer problematisch

(waarom niet met suffix masc. gen. ?), gelijk ook

door onze kantteekenaars wordt erkend.

Waarom deze vervloeking van Jobs geboortedag? Omdat hij 't levenslicht nimmer wenschte te hebben aanschouwd. Kenteekenend voor zijn' zielstoestand in dit stadium is vers 11, 12:

Waartoe inocht ik niet by de baarmoeder sterven ?

Niet gaan uit den buik en [terstond) overlijden ?

Waarom hebben knieën my hulpe geboden ?

En waarom de borst, dat ik zoog ?

Op deze verzuchting laat Job eene verheerlijking van den dood volgen, die waarlijk niet getuigt van hoogstaande eschatologische kennis. Rust, rust rust,

anders ziet hij niet aan gene zijde des grafs, en deze rust had hij wel van t begin af aan willen genieten. Zoo bedilt hij het doen van zijnen Schepper. Hij is levensmoede. Hij heeft de afdalende lijn ten einde toe afgeloopen. Kerst heette het dat hij niet zondigde, toen dat hij met zijne lippen niet zondigde, en thans zondigt grootelijks met hart en lippen beide.

Ware het nog verder met hem gekomen, Satan zou hebben gezegepraald. Maar nu lijdt de booze eene gevoelige nederlaag. Want ook in deze diepste diepte komt Job er niet toe, zijnen God te vloeken. Wel deed hij een' droevigen val in on- en bijgeloof, zoo zelfs dat hij zijnen God ganschelijk niet meer aanspreekt. Maar het werk des Heiligen Geestes zal zich van nu af te heerlijker openbaren, waar Job (zonder van zijn lijden te zijn verlost) tot de berghoogten des geloofs wordt opgevoerd. Waar de aanschouwing hem ontviel, daar ging Job eerst wel naar beneden. Maar van nu af aan zal hij, in strikter zin dan te voren wandelende door geloof en niet door aanschouwing, den weg naar boven bewandelen.

2

Sluiten