Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Franz Del.) of „zuguterletzt" (Friedrich Del.) levert geen zakelijk verschil op. Ik geef echter aan eerstgenoemde opvatting de voorkeur; ze handhaaft beter het adjectivisch karakter van pnx en doet duidelijker uitkomen,

dat het laatste woord aan den Goël zal verblijven.

Van ernstiger aard is echter het verschil aangaande den vorm "HtSOtt- De praepositie wordt door vele nieuweren als privativuin opgevat: „ledig meines Fleisches" (Franz Del.) „meines Fleisches beraubt" (Friedrich Del.). Tegen deze opvatting moet ik echter bezwaar maken, daar ze de gedachte aan de opstanding des vleesches teloor doet gaan. Hiertegen is nu allereerst eene algemeen oud testamentische bedenking in te brengen. We lezen toch in het N. T. (Openb. G : 10) hoe de zielen der martelaren onder het altaar met groote stem roepen: „Hoe lang, o heilige en waarachtige Heerscher, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen die op de aarde zijn ?" Waar nu deze heiligen van den nieuwen dag niet volkomen bevredigd zijn, vóór hun in de opstanding des vleesches recht is geschied, daar is het a fortiori in een oud-testamentisch geloovige ondenkbaar, dat hij het eindpunt van zijn begeeren zou kunnen vinden in eene zaligheid naar de ziel alleen. Waar nog een speciaal bezwaar bij komt, aan den gegedachtengang van het boek Job ontleend. Job heeft den hemelschen getuige ingeroepen over zijn onschuldig vergoten bloed. Deze getuige zal als bloed wreker over zijn stof opstaan. Hoe kan hij dan nu op eenmaal volkomen vrede vinden in zaligheid naar de ziel alleen ?

Ik meen dus de opvatting van als privativuin te

moeten verwerpen, en houd vast aan de vertaling „uit mijn vleesch", waarvan ook Franz Del. erkent dat ze den tekst geen geweld aandoet. Het is de aanschouwing

Sluiten