Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten kunnen waarnemen, dan thans mogelijk is. Wy moeten dus onze gevolgtrekkingen afleiden uit de physiologische verschijnselen. En wanneer wij nu zien, dat door een witbloeiende variëteit het vermogen om roode bloemen te maken, en wel van een rood dat precies met dat der soort overeenkomt, van tijd tot tijd, zjj het ook hoogst zelden, ontplooid wordt, dan moeten wij besluiten dat dit vermogen niet in den waren zin des woords verloren is, maar dat het slechts tijdelijk onwerkzaam geworden is. Zoo komen wij tot een hoogst belangrijke stelling, die door Darwin zeer uitvoerig behandeld en in haar groote beteekenis ontvouwd is, ik bedoel de leer der latente eigenschappen. In de variëteit is het kenmerk, dat het verschilpunt met de soort uitmaakt, niet afwezig, maar onwerkzaam, inactief, slapend, rustend, verborgen of latent, of hoe men het noemen wil.

Passen wij dit nu toe op de kerndraden, en vergelijken wjj de celkernen van de soort met die der variëteit. Het verschil ligt dus in één of in enkele kenmerken die in de kerndraden der soort actief, in die der variëteit inactief zyn. Maar het aantal kenmerken, of liever het aantal der kerndraadkorrels die de dragers van afzonderlijke eigenschappen zyn, is in beide hetzelfde. Het is bij het ontstaan der variëteit onveranderd gebleven. Daaruit volgt allereerst, dat by de kruising eendsoort met hare variëteit de kerndraden precies even goed op elkaar passen als by gewone bevruchting. Afgezien van de bedoelde verschilpunten is dus hoegenaamd geen stoornis te verwachten. Noch de kruising zelve, noch ook het leven en de ontwikkeling der bastaarden, noch ook hunne vermenigvuldiging behoeven bemoeielijkt te zijn. En de ervaring leert dan ook, dat varieteitsbastaarden even gemakkelijk gewonnen worden, even krachtig, ja soms zelfs krachtiger groeien, en vooral even vruchtbaar zijn als de soort zelf. Alles gaat heel gewoon, en volgt de regelen van het normale proces.

Overeenkomstig onze algemeene beschouwingen heb-

5

Sluiten