Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en kunnen de waargenomen afwijkingen daarvoor worden gecorrigeerd.

Niet alleen uit de richting, maar ook uit de grootte dei zwaartekracht op verschillende punten van het aardoppervlak kunnen belangrijke gevolgtrekkingen worden gemaakt met betrekking tot den vorm der geoïde. Reeds in de 18e eeuw gaf Clairaut een theorema omtrent het verschil van de zwaartekracht aan de polen en aan den aequator en de afplatting der ellipsoïdvormige aarde. Daar de centrifugaalkracht in een punt van den aequator werkt in een richting tegengesteld aan de aantrekkende werking van de massadeelen der aarde, terwijl zij nul is aan de polen, waar die aantrekking zelf juist het grootst is, omdat de afstand tot de massadeelen daar over het geheel genomen geringer is dan voor een punt van den aequator, is het duidelijk, dat de zwaartekracht aan de polen het grootst is, en dat de vermindering voor een punt van den aequator samenhangt met de afplatting, die toch bepaald wordt door de verhouding tusschen de afstanden van een deipolen en van een punt van den aequator tot het middelpunt der aarde. Bepalingen van de grootte der zwaartekracht, op verschillende geografische breedten uitgevoerd, leveren derhalve gegevens ter bepaling der afplatting.

Tusschen de grootte der zwaartekracht, de lengte van een slinger, en den tijd, waarin deze een slingering volbrengt, bestaat een eenvoudige betrekking; een slinger van bekende lengte, welks slingertijd men waarneemt, is dus het instrument waarmede de grootte der zwaartekracht kan worden bepaald.

Sluiten