Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den naam van Vertrizenvaart; in een overblijfsel onder Dinteloord is hij alsnog bekend als de Barent, en in den Sabina-Ifenricapolder, gemeente Fijnaart, heet het overblijfsel ervan thans Oud-Dintel. In den Heiningenpolder vindt men den stroom in een waterplas, die bekend staat als de Hamer, en in den Iluigenhilpolder bij de Willemstad kan men zijne oude strekking nog volgen in drassig weiland. Steenbergen zal aan de Striene zijn naam ontleend hebben. In oude bescheiden toch vond ik dat die plaats vroeger Strienbergen heette, denkelijk afgeleid van de Striene, want Strienbergen beteekent zooveel als geborgen uit de Striene. De Striene, welke uit westelijke richting te Steenbergen noordwaarts schoot, maakte aldaar eene kromming, waardoor een zandbank werd opgeworpen, waarop die plaats is gebouwd en niet op de uiterste zoom van het diluvium, zooals door enkelen is beweerd. Ten zuiden van die bank vonden de schippers eene goede bergplaats, heden nog bekend onder den naam van Simonshaven, doch nu ten deele bebouwd en ten deele veranderd in lagen tuingrond.

Steenbergen heeft vermoedelijk zijne opkomst te danken gehad aan de pannemannen, welke zich op bovengenoemde bank vestigden tot het bereiden van zout, nog vóór er bedijkingen hebben plaats gehad. Groote massa's zelkasch zijn dan ook aldaar nog te vinden. En dat de zoutbereiding ook elders op de schorren plaats vond, daarvan zijn te St. Maartensdijk ook nog vele blijken voorhanden. Ik haal dit aan als een blijk, dat de bodem vroeger merkelijk hooger moet hebben gelegen dan tegenwoordig.

Ook in datzelfde hoofdstuk handelt de schrijver over de spier. De meeste lezers zullen die grondsoort zeker niet kennen en er misschien nooit over hebben liooren spreken. Ik had gedacht dat de schrijver de oorzaak van het verschil van de spier met onzen tegenwoordigen bouwgrond in een helder licht zou hebben gesteld. Dit heeft hij echter niet

Sluiten