Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORBERICHT.

Deze brochure is een weêrgave van de lezing, die ik ten vorigen jare tweemaal in Amsterdam heb gehouden. De geschiedenis van die lezing is als volgt :

In Januari 1902 hield mejuffrouw Jeanne van Oldenbarnevelt in Den Haag een voordracht over spreken en zingen

Die voordracht gaf mij aanleiding om in genoemde stad over dezelfde onderwerpen te lezen, daar ik vreesde, dat het publiek door mej. V. O.'s wijze van spreken een verkeerde voorstelling had gekregen van wat een geschoolde en goed gevormde spreekstem is. Aangezien mij tusschentijds ter oore was gekomen, dat kwaaddenkenden mijn aangekondigd voornemen om die lezing te houden beschouwden als een vijandige daad, leidde ik de lezing in met de mededeeling, dat ik mej. V. O. persoonlijk kende en achtte, haar streven ten zeerste waardeerde, het op zeer vele punten volkomen eens met haar was, ik haar geschreven had, dat ik een lezing naar aanleiding van haar voordracht zou houden en dat het mij speet haar niet onder mijn gehoor te zullen tellen.

Het verslag, dat de heer Arnold Spoel over die lezing in het Vaderland gaf, was van dien aard, dat er allerlei „ingezonden stukken" op volgden, en de berichten, die de Amsterdamsche bladen weör uit dat verslag overnamen, deden mij besluiten, ook te Amsterdam een lezing te houden. Daar mej. V. O. zich echter niet in laatstgenoemde stad had doen hooren, werkte ik mijn lezing om. schrapte er uit wat betrekking had op haar voordracht, besprak, beantwoordde en weêrlegde het verslag van den heer Arnold Spoel.

Wil men deze brochure een strijdschrift noemen, mij wel. Volmondig erken ik strijd te voeren tegen alwie en alwat oorzaak zijn van het verval der zangkunst in Holland, tegen vooze toestanden op muzikaal gebied. Alleen wensch ik op te merken, dat voor zoover de heer Spoel in het geding is betrokken, mijn lezing tevens een verwering was.

Ik heb niet geaarzeld hier en daar, waar ik zulks noodig vond, namen te noemen. Het is mij bekend, dat het noemen van namen onvoegzaam wordt geacht in ons klein landje, waarin het daarentegen zeer gebruikelijk is en geoorloofd schijnt, zelfs de grootste grofheden omtrent personen neêr te schrijven, mits men zorg drage de personen slechts aan te duiden en niet te noemen. Zoo houdt men zich schotvrij. Ik wonsch mij echter geenszins schotvrij te houden, en waar ik slechts namen heb genoemd öf tot staving van mijn beweringen of met het oog op zuivere

Sluiten