Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreken, om te vragen of de wereld eindig of oneindig is.

Naar het begin van de wereld wordt niet gevraagd. Het Boeddhisme is eerlijk genoeg te erkennen dat het het raadsel van het begin en het einde der dingen niet kan oplossen. Daarom zoekt het, met voorbijgang van het begin en van het het einde, een vast standpunt in het heden. Gelijk een wandelaar in den duisteren nacht, bij het schijnsel van den bliksem het landschap en al de voorwerpen rondom hem duidelijk waarneemt, en, na een oogenblik later weer in duisternis gehuld, al wat hij aanschouwde nog duidelijk voor zijne bewustheid ziet, zoo ook heeft het Boeddhisme bij het licht, dat hem is opgegaan, het leven leeren kennen als lijden.

Het lijden is het zekere punt waarvan het Boeddhisme uitgaat, en dat lijden is gevolg van wat in vroegere geboorten en werelden is geschied. Er liggen talrijke wereldstelsels in de oneindige ruimte van het heelal naast elkander. Elk van deze sakwahla's heeft een eigen aarde, zon en maan, elke aarde een eigen hemel en hel. Deze werelden volgen in eindelooze rij elkander op. Eischt het karma den ondergang der wereld, dan gaat zij ten gronde, en ontstaat er ten behoeve van zielen, die nog kleven aan het bestaan, een nieuwe wereld. Werelden ontstaan en werelden vergaan, en zoo gaat het voort tot in het oneindige. Het begin onttrekt zich dus aan het menschelijke denken, en het einde eveneens.

In dien kringloop der werelden heeft ook de ziel haren cirkelgang. Iedere daad heeft hare gevolgen, en leidt weder tot nieuwe daden, nieuwe toestanden en nieuwe bestaanswijzen. De wereld waarop iemand een volgende keer zal geboren worden, evenals het karakter van deze nieuwe geboorte, of hij in een hoogere dan wel in een lagere wereld wordt geboren, of de staat gelukkig is of ongelukkig, woi dt bepaald door het karma, door het product van de werk-

Sluiten