Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het leven zich voortbeweegt, en dat het leven overleeft. De skandhas vallen weg bij den dood, het ik verdwijnt met hen, het karma leeft voort en voert tot nieuwe bestaanswijzen. Karma is de continuiteit in de wereld van worden en van vergaan, de kracht die het moment van het worden, als reactie uit vroegere daden, te voorschijn roept. Ons tegenwoordig bestaan is gevolg van het karma van het vorige leven. Zoo ontstaat in de onafgebroken reeks van nieuwe geboorten al weer een nieuw individu, wiens lot en leven door het karma bepaald is. Het karma blijft over met den dood, en is de vergelding, die de reizende wezens hun weg voorschrijft door de hemelen en door de hellen. „Wij zijn," zoo zegt de Boeddhistische Catechismus '), „op elk tijdstip van ons bestaan precies dat wat wij van ons gemaakt hebben, en genieten en lijden steeds wat wij verdienen." „Karma is ons werken; onze verdiensten en onze schuld in zedelijken zin. Heeft onze verdienste de overhand, dan worden wij in een hoogere orde van wezens of als een mensch onder gunstige omstandigheden wedergeboren; maar hebben wij zware schuld op ons geladen, dan is het noodwendig gevolg eene wedergeboorte in lageren vorm en rijk aan lijden".

Het karma is het vaste en blijvende element in de wereld der vergankelijkheid. Aan de eene zijde neemt het de plaats in van God, en is .het de schepper van den mensch. Aan de andere zijde evenwel is het karma ook schepping van den mensch zelf. Door het hangen aan het stof, aan de vergankelijkheid is het voortbestaan van den mensch in dit leven, dat lijden is, noodzakelijk, maar zoodra hij de waarheid leert verstaan, dat het leven vrucht is van eigen werken, en hij het karma ontdekt heeft als schijn, dan is hij niet meer aan zijne wet onderworpen. Feitelijk is dus

') De Leer van Boeddha door Subhadra Bhikschoe, vertaald door van Houten, blz. 71.

Sluiten