Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe Christenleeraars de eenvoudigste geloofswaarheden van het Evangelie op losse schroeven zetten, onder de leuze: vrijheid voor alle leerstellingen in de Kerk? hoe gemeenteleden, ook al weder omdat zij „vrij" willen zijn en blijven, zich het recht aanmatigen lid te worden van een Christelijke Kerk, zonder waarlijk te gelooven in den Christus? l) Het kan dus niet overbodig zijn hier onze gedachte eenigszins nader toe te lichten. Welnu, de definitie die wij hebben gegeven van het geloof in Jezus Christus, als grondslag van het persoonlijk en van het gemeenschappelijk godsdienstig leven, zal u onmiddellijk doen gevoelen, wat wij verstaan onder vrijheid voor het geheiligd geweten, vrijheid ook in de Kerk. Het laatste wordt door het eerste beperkt en verklaard. Naar onze vaste meening toch, plaatst men zichzelf buiten het Christendom, als men niet gelooft in den Christus, naar Zijn Zelfopenbaring; en het zou haast klinken als een banaliteit, indien het niet zoo vaak werd betwist en weersproken in onze dagen, dat een Kerk of godsdienstige gemeenschap slechts aanspraak kan maken op den naam „Christelijk" (niet in den gangbaren, maar in den waren zin van het woord), als zij inderdaad gegrondvest is op de belijdenis van Petrus: „Gij zijt de Christus", de petra der gemeente. Niemand heeft dus de „vrijheid" den naam van Jezus te blijven dragen, als hij gelooft in een anderen weg ter zaligheid, als hij zich voor zijn godsdienstig leven tevreden stelt met enkele vage, zwevende, min of meer theosophisch, min of meer Boeddhistisch getinte theorieën, als hij niet beslist kan buigen voor een God, die „Iemand" is, die hoort en verhoort, een God, die ons tot Zijn hemelsche heerlijkheid heeft geschapen, en die in Christus Jezus tot ons kwam. -') En wederom heeft een Kerk

') Voor de nadere ontwikkeling dezer gedachte, ziet: „Vrijheid, een woord met het oog op de kermis," door F. J. Krop.

■) De Protestantenbond, die geen grens wil trekken naar links, komt daardoor tot de meest zonderlinge toestanden en verhoudingen, blijkens deze bekentenis van Prof. Mkvuoom: „De vermaarde heer Khythe .... stelde prijs op zijn lidmaatschap van den Protestantenbond, omdat het hem gelegenheid gaf te „protesteeren", te protesteeren tegen de religie. Krachtens de liberale beginselen van den Bond zijn hem dat lidmaatschap en die gelegenheid dan ook gelaten .... Ter linkerzijde zien wij tal van subjectivisten, die met het protestantsch godsdienstig leven in het minst geen voeling

Sluiten