Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kogelvormige verzameling Fe. Het gevolg was eene destructie van den hoogen atoomsteiger Michiel. De deeltjes vloden henen naar alle zijden van het compas, sommige in dampvorm, andere in de twee

overige agregaattoestanden, en „De Ruyter" was niet meer.

Sommige moleculen van „hem" kunnen op den Golfstroom zijn gedreven naar Groenland en daar dèt korstmosje hebben gevormd waarmede onlangs de Eskimo Kudlago zijne tochtige achterdeur stopte; andere deeltjes, o allerliefste lezeres, kunnen nu zetelen in het kuiltje van uw linkerwang, of bij gebrek aan datzelve in uwe oogwimpers. Maar „De Ruyter" is geworden: een absoluut nie'.s.

Napeinzing.

Zonderling mag het evenwel genoemd worden dat deze Michiel, hoewel 't een „niets" geworden is, toch ook heden nog in staat blijkt in ons te voorschijn te roepen physische krachten en processen die men te samen betitelt met het woord „geestdrift gevoelen". Deze processen, waarneembaar in verhoogde hartwerking en blos, zijn meetbaar en tastbaar, immers stoffelijk.

De Ruiter-zelf évenwei kan dit niet bewerken, want hij is niet meer.

Maar wat bewerkt 't dan ?

De gedachte aan de Ruyter.

De gedachte. Ook niets dan moleculaire trilling ?

En die gedachte was het juist die de trilling opwekte 1! dus de gedachte was niet de trilling zelve ?!! 1...

Zonderling, Zonderling!

HOOFDSTUK IV.

Een bevroren-ruit-praatje of

God is niet bewusteloos.

Samenspraak a la Erasmus.

Jan: Wel, heb ik daar goed gezien? Ja, daar staat vriend Thomas in zijn dikken overjas op denfAmstelbrug. Wacht, ik ga gauw naar hem toe. Dag Thomas.

Thomas: Zoo? Waag je je ook nog buiten in deze kou? Kom, laat ons eens flink gaan stappen. Wandel je een stukje mee?

Jan: Graag, want ik heb behoefte mijn leden eens flink te reppen en mijn bloed in beweging te zetten. Laat ons den Amstel langs wandelen naar Ouderkerk.

Thomas: Opperbest. Vooruit dan maar.

Kijk die schotsen! de stoombooten kunnen er amper door. Hoeveel graden heeft het van nacht gevroren?

Jan: Twintig maar eventjes! Ik ging naar het achterhuis, maar kon door de bevroren ruiten geen sikkepit van den thermometer zien, en moest eerst de bloemen er afkrabben. Toen ik daar nog

Sluiten