Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij roept den werklui niet toe: Houdt op! staan die paaltjes ook verkeerd?

Qij denkt niet: Die rommel, die chaos behoort er niet te zijn, en waarvoor die gekke paaltjes?

Qij vindt: Het behoort bij een werk in wording, namelijk rommel en onbegrijpelijkheden.

Dat behoort zoo, inderdaad.

Geen werk in wording zonder rommel.

Maar de architect begrijpt alle verwardheden.

Nu, laat ons richten!

Waarom veroordeelt gij dan de wereld en uw lot?

Waarom oordeelt gij dit en dat in de wereld en in uw lot verkeerd ingericht?

Het schijnt een rommel. Dat is zoo.

Wel heeft de Bouwmeester alles „goed" gemaakt, gelijk Genesis het uitdrukt; maar goed als steigerwerk, als beginwtrV eener wordende wereld. Is dit niet natuurlijk, dat idee van „wordende" wereld? Of zijn we soms al aan het slót van deze Gebeurtenis die heet: „Heelal en zijne geschiedenis", van deze Divina Comedia? Alles doet zien dat deze wereld nog niet voltooid is. Op geen voeten noch vamen noch eeuwen na. Waarom pruttelt men dan als 'n kind dat niet wachten kan wanneer z'n pa een bouwplaat in elkaar plakt en de gom niet terstond kleven wil, of wanneer hij het ding half-voltooid een paar uurtjes moet laten staan droogen ...

Voor u o mensch, schijnt de wereld een rommel. Dat is zoo.

Krakatau: 10 000 dooden.

Oorlog Japan—Rusland: 200.000," dooden.

De tering: 1000 000 dooden.

Verder: Uw hoofdpijn, uw tandpijn, uw kanker.

Verder: Uw lafheid, uwe leugens, uwe slechte gedachten.

Verder: alle moord, alle doodslag, alle verkrachting. Moedermoord.

Het schijnt een chaos, een rommel,' een tohoe wa-bohoe. Morsige bergjes dus bij de vleet in dit Bouwterrein waarin het Wereldgebouw wordt opgetrokken. Dat is zoo.

Maar waarom laat gij het niet over aan den Architect?

Maar (zegt ge) hoe kan ik alles mefgerustheid overlaten aan den God-architect? Ik heb toch wel eens'n aardschen bouwmeester zïi bouwwerk keurig zien afmaken; maar nimmer nog zag ik eenen God Zijne schepping voltooien. Ik heb dus geen proefondervindelijk bewijs van de knapheid van eenen God-Architect.

Wat lezer? Hoor ik u goed? Gij hebt geen proefondervindelijk bewijs? Maar gij behoeft eenen architect toch zijnen arbeid niet juist zien voltooien om hem te kunnen beoordeelen! Gij ziet de ten deele opgetrokken muren, kunstig en krachtig; gij ziet de prachtige onderste hoeksteenen (de bövenste moeten nog komen!) gij ziet in de loods gereed liggen: allerlei fijn snijwerk, uitgebeiteld zandsteen- Nu denkt gij: „Man, aan u kan men wel alles overlaten 1" Zoo ook met God.

4

Sluiten