Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eiken dag enkele uren af om zich te oefenen in het Engelsch, dat hij zeer zou noodig hebben in het nieuwe land. Hij dacht ook na, over wat 't eerst te doen stond bij het aan land komen, en informeerde zich bij een oud bevaren matroos naar de eigenaardigheden der Nieuw-Zeelanders . . .

Alzoo:

De eerste kolonist dacht op de reis alleen aan de reis, en niet aan het doel.

De tweede dacht aan de reis en aan het doel beide.

De eerste was dom.

De tweede was wijs.

En wat zijt gij? . . .

Debiteer dan s. v. p. niet meer zulke stommiteit en enormiteit, ... dat men in dit leven slechts moet leven voor dit leven, enzoovoort.

Stelling: Daar, hetzij door mutatie, (vooruitgang met schokjes), hetzij door geleidelijke evolutie, de mensch uit de dieren is voortgekomen, — moet ook de ziels-onsterflijkheid bij de dieren zijn, of in beginsel zijn.

Men mag toch niet aannemen, dat in de keten der evolutie de mensch bij zekeren schalm plotseling onsterflijk is geworden.

Deze „mutatie" zou al te groot zijn.

Stelling: Indien het bewezen kon worden, dat één sprinkhaan ergens op de wereld of op Mars, absoluut zonder ziel en ziels-onsterflijkheid was . . . dan zou mijn geloof in mijn eigen eeuwig leven wegvallen.

Men herhale niet het zouteloos zeggen.

„Wat zal het dan aan de Overzijde vol worden"; want daar zijn natuurlijk geen dimensiën (afmetingen), zooals bij ons op aarde. Overigens zij tot dezen dommen „men" geantwoord wat Jezus antwoordde tot een domoor in zijnen tijd die hem óók zoon malle opmerking maakte over het hiernamaals.

Jezus antwoordde: „Gij dwaalt, niet kennende de kracht Gods." Inderdaad, de wondervolle krachten alom in dit heelal zichtbaar, doen ons vermoeden dat de Bouwmeester nog wel „kracht", bijzonder vermogen, tot zijne beschikking heeft, zoodat Hij zich in Zijne plannen met z'n schepselen niet behoeft te laten intimideeren door 't idee van een „te vollen" hemel. — Inderdaad: de „krachten Gods" zijn wonderlijk. Denk eens dat er collega's schepselen van u zijn die onder water kunnen ademhalen. Zoudt ge 't ooit gelooven als ge nooit van visschen gehoord hadt? Bedenk dat gij, ja gij mijnheer Lepidus zelf, in uw

Sluiten