Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oordeel van dezen man, die een broeder, welke met nadruk den Heere zelf en Zijne sterkte, Zijn oordeel en Zijn heil zoekt, beticht van subjectivisme, van den christelijken Godsdienst te doen opgaan in een psychologisch verschijnsel (bldz. 4) Wie den Heer zelf zoekt, heet »subjectivist*1 Wie .buigt* slechts voor Zijn woord zoude de ware »objectivist« wezen?

Wat zoude God in den Hemel Zijner heerlijkheid wel zeggen tot deze dingen?

Aan Hem het oordeel over ons toebetrouwende, wankelen wij niet in onze heilige overtuiging, dat naar de ware, geopenbaarde religie allereerst de belijdenis ons past, dat het Goddelijk Wezen, de Heer zelf, verheven is boven alle woord, dat Hij spreekt,' scheppende hemel en aarde.

De eisch dezer belijdenis is uitgedrukt in het eerste artikel van ons christelijk geloof: »Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des Hemels en der Aarde*.

Maar deze onze God is naar Zijn Wezen ontoegankelijk. Hij is verheven boven en onderscheiden van alle schepping Hij is heilig. J

Dit woord ïheilig* beteekent oorspronkelijk »afgezonderd«. Het Wezen Gods, God de Vader, blijft dus >afgezonderd», heerlijk boven het heelal, dat Hij schiep naar Zijnen Raad.

Gelijk een vader de bron is van het leven zijns zoons en zijn zelfstandigheid toch behoudt naast, boven dezen, zoo is God de Vader in heerlijkheid zelfstandig boven datgene wat uit Hem »de Fontein aller Goeden* vloeit naar Zijnen Raad, dat is verwerkelijkt door Zijn wil, geleid door Zijn wijsheid.

»Heilig, Heilig, Heilig is de Heere* (Jz. 6: 3) en de serafs bedekken met hun vleugelen het aangezicht. Want hun oog zou verdorren vanwege het »ontoegankelijk licht, dat Hij bewoont* (I Tim. 6:16).

Voor dit afgezonderd, heilig, onaantastbaar Wezen Gods staat het zondig schepsel, de gevallen mensch, als voor een muur. Vervaarlijke angst en schrik bevangt hem vanwege de heiligheid es Heeren, die flitst als een vlammend lemmet. De benauwdheid

Sluiten