Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijkheden, maar volle, ervaren werkelijkheid uit den levenden, Drieëenigen God.

De Schrift als hoogste autoriteit te stellen, een autoriteit, die zij zelve en de grond-belijdenis der Christelijke Kerk niet als eerste stelde. Zulk een autoriteit te stellen is het bedenkelijk voorrecht van tijden, die verslappen in het geloof, in de verzekerdheid des eeuwigen levens, in het zien van God als »ziende den Onzienlijke« (Hebr. u : i en 27b).

Armzalige beslistheid!

Waarom strijdt, worstelt Jezus Christus de levende met de Schriftgeleerden als met adderengebroedsel?

Waarom toch?

Naar den eisch der Schrift-geloovigen moest er wel iets, wel veel, wel alles goed aan hen zijn. Jezus had hen hoogstens zachtkens kunnen voortleiden tot wat meer inzicht in de openbaring, die zij hooghielden.

Neen, dat kon onmogelijk. Want het ging hier om versteende tegenover levende waarheid, om leven tegenover dood, om den »Machthebbende« tegenover de «Schriftgeleerden».

En waar Hij, de Machthebbende, die sprak als geen mensch gesproken heeft of spreken zal, ons macht gegeven heeft kinderen Gods te zijn (Joh. 1:12), daar weten wij, in Wien wij gelooven.

Wij allereerst de macht, Gij allereerst de Schrift, wij allereerst den Geest, Gij allereerst de letter, wij allereerst de verzekerdheid der geboorte uit God, Gij allereerst de autoriteit van het geschreven woord.

Hij, die is dood geweest en zie Hij leeft, Hij weet wie de beste keuze deed.

En door wien is Hij ter dood gebracht? Door wien gekruist? Door de Schriftgeleerden!

Het is heden ten dage zoo de gewoonte (en ook Ds LINDEBOOM is er niet vrij van, bldz. 9), om degenen, die de ervaring der wedergeboorte als hun alles-verwinnende verzekerdheid roemen, » mystieken « te heeten en hen dan te waarschuwen tegen de

Sluiten