Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weging van hand en voet, in lachen en vveenen, in klagen en juichen, in blozen en verbleeken, in beven en huppelen ? En, omgekeerd, ondervindt niet de ziel in haar vaak wisselende stemming, beurtelings van aangenamen en onaangenamen aard, den invloed van het lichaam, naarmate dit gezond is of krank, sterk of zwak, gebrek lijdt of verzadigd is, rust heeft of zich inspant, gewoon is aan arbeid of aan lediggang, matig of onmatig voorzien wordt van spijs en drank, behoorlijk wordt verzorgd of wel schromelijk verwaarloosd, kuisch gehouden of aan onreine bewegingen overgegeven wordt, ten aanzien van kleeding, huisvesting, woonplaats, levensgewoonten, en wat dies meer zij, onder gunstige of ongunstige voorwaarden verkeert ?

Over dien wederkeerigen invloed van ziel en lichaam bestaat bij niemand de minste twijfel. Terwijl het zieleleven inwerkt op het lichamelijk en stoffelijk leven van den mensch, oefent heel zijn lichamelijk en stoffelijk leven invloed uit op zijn zieleleven.

En vragen we nu, welk van deze twee bestanddeelen de heerschappij uitoefent, den toon aangeeft, het overheerschend element is in de gemeenschap, die mensch heet, dan moet het antwoord luiden : Nu eens de ziel en dan weer het lichaam.

En dan kan in het algemeen worden vastgesteld, dat de ziel handelend (actief) optreedt bij elke willekeurige handeling des menschen, die hij dus welbewust verricht als gevolg eener wilsuiting. Het lichaam moet dan als orgaan der ziel gehoorzamen en is dus als zoodanig gansch lijdelijk (passief). Maar bij alle dingen, die buiten 's menschen bewustzijn om geschieden, is de ziel lijdelijk (passief) en treedt het lichaam handelend (actief) op. Dit laatste is bijv. het geval in den slaap. Hierbij moeten ook gevoegd worden al die gevallen, waarbij het lichamelijk leven in de eerste plaats betrokken is, zooals bij de ademhaling, de spijsvertering, den bloedsomloop, den groei van het lichaam, ook bij verwonding, vergiftiging, krankheid, ziekelijke afwijkingen in den schedel of andere lichaamsdeelen of organen. De ziel is hierbij geheel lijdelijk en ondervindt den invloed van het lichaam.

loch mag ongetwijfeld aan de ziel de meerderheid (superioriteit) wordeu toegekend. Reeds hierom, dat het lichaam orgaan is der ziel en als zoodanig aan haar ondergeschikt. En

Sluiten