Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eeren, en omdat uit den aard der zaak de persoonlijke zelfstandigheid onder staatsbemoeiing altijd min of meer gevaar

loopt. .

Waarbij ook nog dit bezwaar mag overwogen worden; wanneer n.1. de overheid bij de minste ellende maar oogenblikkelijk door ons wordt ingeroepen, of ook eigenmachtig en eigenwillig zelf optreedt, dan is het gevaar toch niet denkbeeldig, dat gewetenlooze patroons enz. hun arbeiders in nog slechter conditie zouden brengen, onder deze redeneering: o, zoolang de staat nog niet ingrijpt is 't een bewijs, dat ik nog wel wat harder kan optreden. En worden anderzijds de arbeiders ook allicht zorgeloozer.

Waar evenwel voldoende blijkt, dat der overheid hulp en inmenging onmisbaar is, daar trede ze dan ook op met al de majesteit, welke haar op de schouders is gelegd als „dienaresse Gods."

Namelijk niet slechts, om philanthropisch den arme een ondersteuningspenningske uit te reiken, en overigens de zaak te laten gelijk deze is; want dat ware haar eer en gezag met voeten treden; neen, daar trede ze op als handhaafster van het recht; als de hulpe der zwakkeren tegenover het brutaalsterkere.

De nadere uitwerking hiervan behoort onder ons ;>e punt thuis. Bij dit 3e punt is het voldoende te hebben verklaard, dat de overheid hier een taak kan hebben te vervullen dan, wanneer het buiten en zonder haar niet meer is te redden.

Doch ook kan haar optreden en bemoeiing nog om een tweede reden noodig en gewettigd zijn, n.1. om te sanctioneeren, zoo zeiden we, wat uit particuliere actie reeds tot

stand kwam. . .

Als n.1. zonder en buiten de overheidsbemoeiing in den socialen nood de werklieden, b.v. door vakvereenigingsarbeid als anderszins, zich gunstige en rechtvaardige bepalingen en voorwaarden hebben weten te bedingen, dan bestaat er gevaar, juist door liet feit der „zonde", dat die rechten en bepalingen niet worden nagekomen, of worden verminkt.

En dan is op dit punt juist een taak voor de overheid aangewezen, waar zij bestaat om der zonde wil, om dan door haar sanctie (bekrachtiging) dezt rechten en bepalingen van klemmend gezag te maken, en door haar overheidscachet hechter, en meer gewaarborgd te doen zijn. In dit geval schept zij dus niets; maar het als goed en billijk en recht gevondene zet ze meer kracht en autoriteit bij.

Aleer we er nu toe overgaan, om meer bepaald stil te staan bij de manier, waarop de overheid de zaak van den veron-

Sluiten