Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijkte ter hand heeft te nemen, hebben we eerst als 4e punt te bespreken, dat de overheid de souvereiniteit in eigen kring heeft te eeren en hoog te houden. —

Dit is een eisch, welke voortvloeit uit het karakter der overheid. En evenzeer echt Evangelisch van aard is. —

Wordt dit stuk goed begrepen, dan zal het des te gemakkelijker zijn ons 5e punt toe te lichten.

D. De souvereiniteit in eigen kring dient te worden geëerd en hooggehouden.

Het is opmerkelijk en niet zonder beteekenis, dat men bij de partijen des ongeloofs meestal en liever spreekt van „staaf, inplaats van „overheid;" terwijl wij anti-revolutionairen ons liever bedienen van het woord „overheid." Niet dat een uitdrukking als „staats-bemoeiing" niet zou kunnen worden gebezigd ; als het maar goed wordt verstaan en opgevat, willen we over woorden niet vitten; doch wordt er principieel over deze dingen geredeneerd, dan ligt er wel degelijk onderscheid in.

Onder 't begrip „staat" heeft men te verstaan het volk, gelijk dat door zijn organen zich openbaart, optreedt en leeft; terwijl dan de overheid in dien staat een plaats bekleedt. Staat en overheid zijn derhalve niet te vereenzelvigen, niet gelijk. De Revolutie wil van deze leer eigenlijk niet weten. En de tegenwoordige pantheïstische richting op staatkundig gebied aanbidt in den „staat" den god, die almachtig alle terreinen beheerscht, waaraan alles ondergeschikt is, ja waarin feitelijk alles zich verliest en oplost. — Op dit standpunt te spreken van een overheid in onzen zin is niet wel mogelijk. — Daarom, als uitvloeisel van de pantheïstische staatsidee der jongere ongeloofspartijen, spreekt men in die kringen liever, uit beginsel: van den „staat", dan van de „overheid."

Wij daarentegen beschouwen, als uitvloeisel van het Evangelisch standpunt, den staat niet als de almachtige, alles beheerschende idee. De overheid, zij is het welke ons regeert. — Maar uit deze beschouwing vloeit dan ook nog iets meer voort; zij gaat uit van een schoone veronderstelling; namelijk, dat die overheid als staande boven de partijen en levensterreinen, een georganiseerd leven vindt.

Te spreken van „ Overheid" heeft geen zin, wanneer niet tevens wordt verondersteld: het bestaan van verschillende levensterreinen; nademaal de overheid zich juist als haar taak

Sluiten