Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tingen met staatsmacht, staatsgeld en staatsgeweld 0111 te scheppen in „ChristelijkeWilt ge dat werkelijk? Ik vrees.

Maar besef dan, dat uw standpunt uw staatsrechtelijke opvatting van dit probleem fout is. De staat mag geen der beide partijen bevoordeelen of bevoorrechten boven de andere.

Nog meer. Feitelijk is de kwestie, hier in geschil, van nog anderen aard. Het geldt n.1. een kwestie voor alles van paedagogischen aard. In geschil is toch feitelijk in de allereerste plaats niet de vraag, of de Staat heeft te kiezen tusschen geloovige of niet-geloovige wetenschap; maar of de Staat een, voor de prijktijk gewichtige, keuze mag doen tusschen indifferente en principicele wetenschap.

Tot zulk een keuze mist de Staat bevoegdheid. Wat is U de Staat? ziedaar een vraag, welke wederom ten grondslag ligt aan deze kwestie. Ik meen, ge moogt, ge kunt V dien Staat niet denken, los van het volksleven. Er is een organisch verband. Het volk heersche niet over den Staat; maar ook omgekeerd: de Staat owrheersche het volksleven niet, door zijn zelfstandige kringen te niet te doen, en aan te tasten in hun souvereiniteit.

Gij voegt mij misschien toe: „maar heeft de Staat dan geen bevoegdheid om eischen en voorwaarden voor te schrijven voor het in aanmerking komen voor Staatsbetrekkingen? Heeft de Staat dus b.v. geen bevoegdheid, om te zeggen: vooreen staatsbetrekking kunnen alleen zij in aanmerking komen, die aan een Staats-inrichting hebben gestudeerd? Inderdaad, op den eersten klank lijkt deze objectie ernstig genoeg. Maar toch ook niet langer. Als men de zaak wat dieper en verder indenkt, vindt men ons standpunt tegenover deze bedenking juist te schooner bewaarheid. Helder en afdoend toch is door prof. Fabius destijds hierop geantwoord, als volgt: „De staatsbetrekkingen zijn niet als het ware private bezitting van „den Staat. De Staat is niet een wezen buiten alle verband „met het volk. In zekeren zin hebben de burgers aanspraak „op het bekleeden van die betrekkingen. De Staat mag den „toegang daartoe niet meer belemmeren dan door de betrekking zelve wordt geëischt. Wat nog te meer klemt, omdat „de Regeering, of wie ook, nooit verplicht is een betrekking „te geven aan wie zij trots het doctoraal diploma ongeschikt

daarvoor acht. Tegen een binden van staatsbetrekkingen "aan het diploma der openbare Hoogescholen moge geen be„zwaar zijn, zoolang die Hoogescholen zich geheel aansluiten „bij het 'volksleven, maar zijn er Hoogescholen die, naast de „staatsinstellingen, uitgaan van het volk zelf, dan moeten „eigenlijk voor effectus civilis die laatste vóórgaan."

Sluiten