Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

partijen beginnen zich ook met de volksnooden te bemoeien. Edoch, nu ze eerst, dank zij hun eigen beginsel, den nood tot een ongekende hoogte hebben laten klimmen, 't Is goed dat men den kranke tracht te genezen; maar 't is toch een onuitwischbare fout, wanneer men niets heeft gedaan om de ziekte te voorkomen.

„Gedane zaken nemen geen keer", zegt het spreekwoord. Zoo is het ook hier. Doch hei leere ons dan, niet in dit kwaad te volharden. En men bedenke, dat in leniging van den thans bestaanden nood onze taak niet opgaat. Eerste taak van alle overheids-bemoeiïng is: te overwegen, te bestudeeren, welk gevaar dreigen kan in de toekomst, wanneer dit of dat wordt nagelaten of gedaan; opdat vóór alle dingen de overheid voorzorgs-maatregclen neme; en de ziekte trachte te voorkomen.

Alle ware begin van bescherming en helpen bestaat dus in een trachten te voorkomen van sociaal kwaad en ellende.

Op welke wijs? We kunnen dit hier niet in al zijn omvang schetsen. We kunnen slechts lijnen stippelen; grondgedachten aangeven; voorbeelden noemen.

Vooreerst dan dient gezorgd te worden voor geen verkeerde wetgeving, waaruit verscherping van het sociale vraagstuk zou geboren kunnen worden.

En tevens, dat de wetgeving niet den stempel drage van het laissez faire d. i. van het laal-maar-waaien-stelsel.

Wat het eerste aangaat, (verkeerde wetgeving) — ik wijs op hetgeen Dr. A. Kuyper schreef destijds in „Ons Program." — Hij zegt daar o. a.:

„Zoo hebben formeel onze rechterlijke wetten onloochenbaar „de strekking, om èn daging èn het verweer in rechten ster„ker te maken voor den man van positie en tinancieele kracht, „dan voor den eenvoudige onder het volk."

Ieder wien het voorrecht niet is onthouden van „indenken," kan het nagaan, hoe een dermate ongerechtige toestand een bron wordt van allerlei sociale ellende. Het helpt ten eerste den indruk vestigen, dat een „mindere" man eigenlijk in mindere mate „wewsc/*" is. 't Geeft principiëel (in beginsel) een vrijbrief tot ongerechtige handelingen. Terwijl door een dus gestelde toestand in de wetgeving bij een of ander geschil de „mindere" man niet zoo gemakkelijk tegenover den „meerdere" kan worden gehandhaafd. Voor het terrein van den arbeid is zulk een toestand dan ook een ware bronader van verscherping der sociale kwestie.

Verder schrijft Dr. A. Kuyper:

„Zoo is boven, en reeds telkens, gewezen op de ongelijkheid

Sluiten