Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krompen en kwaadaardigen geest, van een donderaar, die de allures van een profeet aanneemt 1). Vertooning van kracht is zeker nog geen betooning van kracht. Maar wie bij het lezen van Bilderdijks poëzie nooit onder den indruk kwam van zijne diepe overtuiging, van zijn geweldigen hartstocht, van zijne profetische taal, die heeft ook nog ter helfte niet beseft, wat godsdienst voor hart en leven van een menschenkind beteckenen kan. De hartgrondige afkeer, die Bilderdijk tegenover alle antonomie en autolatrie van den mensch bezielt, komt op uit het diepst en innigst besef, dat God het waarachtige Zijn, de volkomenheid aller deugden, de bron aan alle heil en leven is. Bij Hem vergeleken, is alle schepsel wat het ook zij, een zichtbaar Niet, een wezenlooze schijn, een schaduw slechts van 't onbegrijpelijk zijn 2), een zichtbaar schijn-heelal, een enkele wederschal van't geestelijk waar 3), van Gods volkomenheden een schaduw, loutere afhankelijkheid 4);

Gij, oorsprong van wat is, van alwat schijnt te wezen,

Maar eenig, eeuwig zijn ;

Wiens almacht we in 't heelal, in heel ons aanzijn lezen,

In nacht en zonneschijn!

Almachte, Oneindige, Onbegrypbre Wareldstichter,

Die 'tal omvat, vervult;

Die, aller wezens Heer, en aller daden Richter,

Geen vlek, geen rimpel duldt;

Wien niets ontvlieden kan, weerstaan, of zich verbergen!

Wie zijn wij, die 't bestaan Uw mogendheid. Uw kracht, Uw albestuur te tergen,

Wij schimmen, die vergaan!

Wij — worstlen tegen U! Wy — met verstokte harten

De donders van Uw vuist In opgeblazen waan op 't trotsche voorhoofd tarten,

Van enklen wind doorbruischt!

Wij —! of 't een daad van U, ja zelfs een wil, behoefde,

Te ontscheppen 't geen Gy wrocht Of schaduw tegen 't licht een worstelstrijd beproefde,

Of zy 't vernielen mocht!

Houdt Ge op, ons door Uw wil het aanzyn toe te stralen,

Wij zijn als nooit geweest:

Uw scheppen is ons zyn, en, zoo wy ademhalen,

'tls werking van Uw geest 5).

1) Verg. Gorter t. a. p. bl. 115. 2) Dichtw. VII 107. 3) Dichtw. V 124. 4) Dichtw. V 182. 5) Dichtw. V 281.

Sluiten