Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de natuur voor zijne dichtkunst vond. Hij bezingt engelen en mensehen, ziel en lichaam, landbouw en scheepvaait, arbeid en rust, dag en nacht, zon en maan, licht en duisternis, zomer en winter, lente en herfst, onweer en stilte, wilde en tamme dieren, leeuw en tijger, paard en kameel, hond en kat, duif en zwaan en nachtegaal, kreeft en krekel, bloem en struik, palm en appel, viooltje en roos ; er is schier niets, dat zijne aandacht r.iet trekt, zijn gevoel en verbeelding niet in vlam zet. Gedichten als de Elius met zijn prachtige beschrijving van de zwaan, als dq Jaarver wisseling, de Landzang, de Maan, de Winter, de Rozen, en zoovele andere, doen Bilderdijk kennen als een scherp waarnemer en een warm bewonderaar der natuur. Op deze wijze bijv. bezingt Bilderdijk den hond en het schaap, het runddier en het paard :

Maar gij, o tam geslacht, beproefde menschenvrinden Wien dank, behoefte, en trek, aan uwen heer verbinden! Gy, trouwe ljjfwacht, gids, en jager door het woud,

Die aan zijne oogen hangt, aan zijn belang getrouwd, Onscheidbaar van zijn zijde, en fier op zijn bevelen,

Zijn bestand in 't gevaar en medgezel in 't spelen,

Die voor hem sterft in nood, en alles voor hem lijdt,

En (zelfs) verongelijkt, hem 't onrecht niet verwet.

Kloekhartig, edel dier, wiens naam wij roekloos honen,

Maar achtbaar voor een halt, waarin uw deugden wonen! Bewaker van ons erf, van akker, kooi en stal!

Gy mint uw meester, slaaf, of koning van 't heelal — Gij schaapjen, dat hem kleedt, en voedsel en bescherming Met frisschen zuivel loont, en deksel, en verwarming! — Gy, runddier dat in 't juk uw breede schoften vlyt,

En, hijgende in 't gareel, den ijzren kluit doorsnijdt,

Zijn welige oogsten treedt, of de opgeladen halmen Ten schuur voert, in den rook van 't dampig avondwalmen Of gladde boter schenkt uit klavergras en wei'! — Gij, oorlogsbriescher, trotsch op 't menschlijk eerlivrei,

Die, 't schuimende gebit beknabblend met de tanden,

Hem over struik en heg, door bosschen en waranden,

Door stroom en meeren voert, en, juichende in uw vracht, Gemoedigd door zijn stem, en vuur en staal belacht! 1)

Maar zeker droeg de natuurbeschouwing bij Bilderdijk een eigen-

1) Uit: De Dieren, Dichtw. V 140.

Sluiten