Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij liet menschelijk lichaam in zijne verschillende werktuigstelsels en hunne vatbaarheden nagaan, dan blijkt ons spoedig, dat de uitsluitende oefening van het cene het andere verwoest. De grove spierkracht, derwijze aangekweekt dat zij alles tot zich trekt, verderft en verwoest het denkvermogen, en verstomt alle zenuwgevoel. Het onmatig aandoen der zenuwen verwoest daartegen de spierkracht. En zoo is het met alle werktuigelijkheden van ons lichaam ; het is het toppunt van dwaasheid, de eene vatbaarheid uit te roeien, om geheel en al door de andere te willen bestaan 1). Wijl alle vatbaarheden te zamen den mensch uitmaken en het gevoel der aanwending van die alle voor hem de gewaarwording zijner volkomenheid is, kan geen vatbaarheidalleen hem gelukkig maken, maar ontmenscht en misvormt zij hem. Het is honger voldoen onder 't dorst lijden 2).

Bilderdijk schreef het daarom aan het diep verval van den mensch toe, dat deze volmaakte harmonie van alle menschelijke vatbaarheden en dc ineensmelting van hare werking verstoord is. En hij voegde erbij, dat valsche stelsels en theorieën die eenheid hoe langs hoe meer verscheurd en verwoest hadden. Het was naar zijne meening thans zoover gekomen, dat niets dan het verlies van het eene zintuig liet andere, dat van het meest geoefende het minder geoefende opwekt en kennen doet, en de blinde veelal fijner hoort en fijner tastgevoel heeft dan de ziende gewoonlijk. En daaruit verklaarde hij het verlies van zoo vele onschatbare tvzike kennissen, die den mensch evenals den dieren oorspronkelijk en natuurlijk eigen waren maar allengs verloren waren gegaan 1). Zoo is er geene kwaal, indien zij althans niet ter volstrekte verdelging (dat is ontbinding of oplossing) des lichaams gericht is, geene kwaal dus van lichamelijke wanorde en ongesteldheid, of zij gaat in het zichzelven bewuste wezen niet den trek tot datgene gepaard, 't geen geschikt is tot herstel der wanorde van vochtmenging of vezelwerking des ontstelden lichaams. VV ij zien dit in de dieren, die niet als wij menschen, door onmatig verstandig te willen zijn, door zich geheel tot verstand te willen maken, en door alle de duizenden van kunstenarijen, die wij in het werk stellen om van de natuur te ver-

1) Verhandelingen bl. 161. 2) Taal- en Dichtk. Versch. II 59.

3) Taal en Dichtk. Versch. II 59, 60. Verhandelingen bl. 143.

Sluiten