Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en niet onschuldiger, of minder misdadig dan eenige andere idololafrio, ja, wellicht de schuldigste van allen 1).

In 't verwaande Duitschland, zegt Bilderdijk elders, in zijne verhandeling over liet Menschelijk Verstand 2), zagen wij in onze dagen den geest opkomen, van, zelfs het voorwerp der wetenschap niet buiten ons te willen vinden of aannemen, maar uit eigen verstand scheppen, 't Spreekt van zelfs, dat dit beginsel derhalve een wetenschap in de lucht hangende vormen moest. Maar die wetenschap moest echter in hare gevolgtrekkingen en rezultaten toegepast worden op de wezendlijkc wareld, en aan ons gedrag en verdere begrippen ten grond leggen en ze regelen; en welke studie heeft men op die wijze niet verwoest en tot raaskalling vernederd ? Het godsdienstige vak wil ik hier niet weer ophalen. De schoone kunsten en wetenschappen, de hemelsche poëzy en die Suada, die men in schoolsche banden en kunstwoorden uit allerlei nieuwe vonden en allerongclijkaartigste leerstelsels, verstikt en verworgd, en in welker plaats men een loutere praaten praalzucht gesteld heeft, roer ik even weinig. Maar wat is van recht- en zedeleer, en wat van de daar aan hangende rust der maatschappijen geworden ? Wat is aan het heilige, het uit God en den menschlijken aart onmiddelijk voortgevloeide gezag, en de onschendbaarste banden des inenschdoms geworden ? W at van de Godgeheiligde en menschenzaligende echt, en 't verband tusschen man en wederga, tusschen vader en kroost ? En wat beestelijkheid is er, die in onze dagen geen voorstanders onder de zoogenaamde Filozofen gevonden heeft ? Heeft men, met God en zijne alles omvattende voorzienigheid te miskennen en af te vallen, zich niet openbaar in de kaken der helle geworpen ? Of kan er een gruwzamer hel gedacht worden, dan de eindlooze tweedracht, worsteling, en bloedstorting, die men aan de orde, veiligheid, en stille gerustheid der Burgerstaten in de plaats heeft gesteld ? Is niet, zoo men alle voorwerpen nagaat, de Hemelsche Eenheid, die uit God is, afgezworen, en eene Manicheïsche verdeeldheid van strijdige beginsels doorgedreven. Ja wie, die of Christen of rechtschapen mensch is, en zich door geene vervalschte klanken heeft laten betooveren, kan anders dan icee, onvoorbeeldig wee roepen over zulk een met den zichtbaren vloek

1) Brieven I 288. 2) Verhandelingen bl. 14.1—186.

Sluiten