Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evenals van den godsdienst, ligt de grondslag van zedelijkheid en recht volgens Bilderdijk in het hart van den inensch. Onder Zedekunde 1) verstaat hij de wetenschap, die tot taak heeft, ons onze plichten te doen kennen ; men kan er bijvoegen, benevens de middelen en de beweeggronden ter vervulling dier plichten. Maar deze bijvoeging is onnoodig, want de beweeggronden liggen in de plichten, en de middelen liggen in de beweeggronden opgesloten. In de zedekunde komt het dus aan op den plicht en zijn beginsel. Maar de plicht moet in de zedekunde beschouwd worden, niet als voldoening aan de rechten van anderen, maar als iets in ons inhaererende, zonder opzicht tot anderen, als iets dat al onze daden, al onze wils-oefeningen (voiitiones) beheerschen moet, als een vereisclite derhalve of behoefte, waarvan het gevoel bij ons berustende is, ons inwendig ontrust, ons prikkelt en van ons voldoening vordert.

Maar als de plicht zich uitstrekt als regel voor ons trillen, dan moet het beginsel van plicht hooger en eerder dan ons willen zijn, dan moet het de grootste algemeenheid hebben en in autoriteit machtiger zijn dan alle momenta, waardoor onze wil bewogen wordt. Zulk een beginsel is nu menigmaal buiten ons gezocht, in een wetgevend gezag, in openbaring, in de orde des heelals; maar als er inderdaad eene natuurlijke zedenleer is, moet het beginsel uit den aard der zaak in ons gevonden worden. Onder degenen, die het beginsel in ons zoeken, zijn er, die het vinden in de volmaking van zichzelven, in den trek tot geluk, in liet zedelijk gevoel, of, zooals Kant, in de autonomie der rede.

Maar ook deze beginselen zijn onvoldoende. De volmaking van zichzelven is niet alleen een duister denkbeeld, maar kan ook geen beginsel van plicht zijn, wijl het de verplichting tot volmaking al onderstelt. I)e trek tot geluk bestaat niet, wel de trek tot vermaak, maar dit is heel iets anders. Het zedelijk gevoel is als alle gevoel duister en kan daarom geen beginsel zijn voor een wetenschappelijk systeem ; bovendien twist men er over, of het ingeschapen zij, dan wel product van opvoeding zij. En de autonomie der rede onderstelt in het wezen der zaak het zedelijk gevoel en geeft ook niet aan eene natuurlijke, maar aan een redelijk intuitieve zedekunde het aanzijn.

1) Vergelijk het opstel: Van het ware beginsel der Zedekunde, Opstellen I 86—100.

Sluiten