Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaan ; Bilderdijk was, gelijk Ten Kate juist zegt 1), niet in de eerste plaats genealoog en biograaf, maar physioloog en psycholoog der taal. Maar het beginsel van een woord lag voor hem in een consonant, die altijd een vocaal, hoorbaar of niet, insluit en met zich brengt, terwijl de vocaal den klank, hetzij hartstochtelijk, hetzij nabootsend wijzigt 2). Hij merkte n.1. op, dat verleden tijden, deelwoorden, onbepaalde wijzen, bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden enz. alle door voor-en achtervoegsels gevormd werden. Daardoor kwam hij op de gedachte, dat in tal van woorden, die wij misschien voor oorspronkelijk houden, nog zulke voor- en achtervoegsels verscholen liggen, zooals bijv. in blind voor belind, groot voor geroet, gloeien voor gclohen enz. Het kwam er dus vóór alle dingen op aan, om een woord van al die toevoegselen te ontdoen ; wanneer dit geschied was, kon men vertrouwen dat hetgeen overbleef de oorspronkelijke kern, de wortel van het woord was, en deze wortel bestond in den regel slechts uit ééne wortelklank.

Deze wortelklank had nu verder een eigen, oorspronkelijke, natuurlijke beteekenis, welke niet in eene bijzondere taal, maar alleen door eene algemeene kennis der talen als taal, en wel evengoed naar de methode a priori als aposteriori, gevonden kon worden 3). Deze wortelklanken zijn oorspronkelijk alle attributa geweest, aanduiding van hoedanigheden, hetzij van geluid of gedaante. Maar hoedanigheden zijn voorwerp van, worden uitgedrukt door adjectiva, en wanneer die hoedanigheden in ons denkbeeld met het bestaan of bewegen vereenigd worden, is de uitdrukking daarvan een werkwoord. Alle naamwoorden derhalve zijn in hun oorsprong of eigenlijke adjectiva of uit werkwoorden afgeleid 4). Het verschil tussclien de talen berust nu op het verschillend benoemen der dingen naar de hoedanigheden, die daarin aan verschillende menschen of volken als het meest kenmerkende in het oog springen. Toeval en willekeur is hier ten eenenmale uitgesloten ; de menschen noemden de dingen naaide hoedanigheden, die hunne aandacht trokken, en het opmerken dier verschillende hoedanigheden hing weer met hun aard en zielsgesteldheid saam.

Am, KaJe\ Bi]derdP en Da Costa bi. 72. 2) Verkl. Geslachtlijst 144 d) Nederlandsche Spraakleer 1826 bl. 75. 4) Nederl. Spraakleer bi. 13,14.

Sluiten