Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat mei) met name in kunst en poëzie aan de overgeleverde stoffen en vormen het afscheid geven moest. Er kwam een onbewuste, machtige drang naar iets anders en naar iets nieuws. In de plaats van het kunstmatige, van het gemaniereerde, moest iets oorspronkelijks komen, dat uit de bronnen van het leven, uit het diepst der ziel, uit het innigst zelfgevoel der menschlijke persoonlijkheid het aanzijn ontving. Van het maken ging men tot het worden, van het mechanische tot het organische, van de gekunsteldheid tot de natuur, van het verstand tot het gevoel terug.

In deze beweging, die in de tweede helft der achttiende eeuw opkwam, hoort ook Bilderdijk thuis. Hij is aan Rousseau en Kant, aan Hamann en Jung Stilling, aan Herder en Lessing, aan Jacobi en Schleiermacher verwant. Hij behoort niet tot de afgaanden, maar tot de opkomenden in zijne dagen, tot die mannen, die thans algemeen als de pioniers van den nieuwen tijd, als de vaderen der negentiende eeuw worden erkend. Al deze mannen gingen straks ieder een eigen kant uit; zij waren aan elkander verwant, maar niemand was de leermeester of de leerling der anderen. Er bestond tusschen hen geen afspraak ; hunne verwantschap sproot niet voort uit overleg. Maar in allen werkte en woelde de geest van den nieuwen tijd ; er bestond eene geheime, machtige sympathie, die hunne zielen verbond.

Wat al deze mannen vereenigde, was negatief eene diepe ontevredenheid met het bestaande, een hartgrondige afkeer van wat toenmaals voor godsdienst en zedelijkheid, voor kunst en wetenschap doorging, een weerzin der ziel tegen het eigen gemaakte, tegen het rationeele, tegen het gekunstelde en het gemaniereerde. En positief zochten zij allen saam naar het gewordene en geborene, naar het Goddelijke en van God gegevene, naar de oorsprongen van alle zijn en leven, naar de bronnen van alle denken en dichten. Zij riepen allen den mensch, die in het mechanisme der verstandsphilosophie zichzelf verloren had, weer tot zichzelven terug ; en zij deden dat allen in de overtuiging, dat de mensch tot zichzelven inkeerende, in de diepte van zijn gemoed ook God en natuur, wetenschap en kunst terugvinden zou.

Door zijne eenzelvige natuur en eenzame opvoeding werd Bilderdijk in de richting van deze geestesbeweging geleid. Van

Sluiten