Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schilder-, beeldhouw- en bouwkunst geweest, beiden hebben getoond, dat er geen veld dor is, waar dichtkunst zich vertreedt; beiden waren aristocratische naturen in gave en gezindheid. Maar bij die overeenstemming welk een verschil ! Bilderdijk altijd ziek, Goethe steeds gezond ; gene door en door subjectief, alles beziende door het prisma van zijn eigen persoonlijkheid, deze begaafd met een kinderlijke onbevangenheid en wonderbare objectiviteit, die hem tot den plastischen kunstenaar bij uitnemendheid maakt; de eerste grooter als kunst-, de tweede rijker en dieper als natuurpoëet. Maar bovenal, Goethe was zeer zeker een kenner van den mensch, hij wist door te dringen tot de fijnste roerselen der menschelijke ziel en er in zijne poëzie de schoonste uiting aan te geven. En toch stond hij verlegen tegenover de raadselen van het menschelijk hart; het groote volkerenleven verstond hij in zijn streven en bestemming niet, en ten opzichte van de transche Revolutie wist hij het nimmer te brengen tot het innemen van een vast standpunt. Met haar medegaan kon hij niet: hij was er te conservatief en te aristocratisch toe en had van revolutionaire woelingen een veel te diepen afkeer, tn toch kon hij er zich ook niet boven en niet tegenover plaatsen, want hij was geestelijk te nauw aan haar verwant. Zoo nam hij in haar tijd de toevlucht tot de natuurwetenschappen ; en bracht het niet verder dan tot een onbehagelijk gevoel.

In dit opzicht stond Bilderdijk hoog boven Goethe en boven bijna al de mannen van zijn tijd. In objectieve, onbevangen natuurbeschrijving kan Bilderdijk, Goethe niet evenaren ; in plastische schildering van het zieleleven spant de laatste de kroon. Maar Bilderdijk is beter thuis in den doolhof van het menschelijk hart; hij heeft dieper inzicht in de geschiedenis der menschheid ; en in zijne houding tegenover de Fransche Revolutie heeft hij geen oogenblik geaarzeld. Van den aanvang af weet hij, waar hij staat en staan moet; hij stelt zich vierkant tegenover de leer der volkssouvereiniteit, en is met zulk een vreeze voor haar vervuld, dat hij zelfs alle constitutie afkeurt 1), en in Napoleon

1) In zijne brochure: De bezwaren tegen den Geest der Eeuw van Mr. I. da Costa toegelicht, Leiden 1823 bl. 43v. zet Bilderdijk nog nader uiteen, in welken zin hij eene constitutie afkeurt. Hij is volstrekt niet tegen eene zekere en vaste wijze, waarin de algemeene zaken des lands behandeld worden, maar acht die voor alle regeering beslist noodig.

Sluiten