Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maart 1850 (Leon—Assf.R B. W. ad art. 1223) heeft hierin geen verandering gebracht; in het daarhjj behandelde geval werd de vraag „of het beroep ot de maatschappelijke betrekking des vertegenwoordigers had kunnen worden opgegeven" niet eens geopperd.

— Hes. 5 Sept. 1843 vermeld in aant. 5: de wet schrijft niet voor, dat de onbekendheid van den vertegenwoordiger met het beroep of de maatschappelijke betrekking en woonplaats van den vertegenwoordigde in de acte moet vermeld worden.

— Dec. Jnst. en Fin. 18 Febr. 1846 n". 67, F. W. 184b n". <178, i. v. R. 1 209, S. v. E. 176 (2e dr.): wanneer in do acte het beroep van een der verschijnende personen niet is uitgedrukt, docli daarvoor een wit vak open gelaten is, is slechts ééne boete verschuldigd, daar, bij de invulling van het beroep, tevens het witte viik zou zijn verdwenen.

— Aanschrijving Min. van Jast. 9 Oct. 1845 n". 94, I'. W. 1/1846 93, l.v. I{. 1 106, (!orr. VI 34: de ambtenaren der registratie zijn niet verplicht na te gaan of en in hoever het opgegeven beroep of de maatschappelijke betrekking bestaat.

3. Het artikel schrijft geenszins voor, dat (le woonplaats \ an ieder der verschijnende personen nog verder moet worden aangewezen door vermelding van den naam der gemeente, waaronder dezelve (zeker dorp of gehucht) is gelegen.

Arr. 12 Mei 1859 \V. 2065, N. K. LXII § 26, 122, F. VV. 3281, T. v. li XIII 350, v. d. H. G. /. XVI 155, H. en W. xiii 278, S. v. F,. 162 (2e dr.); bev. Kb. Roermond 21 Oct. 1858 W. 2101, R. en VV. XII 605, T. v. R. XIV 79, S. v. E. 161 (2e dr.).

— Miss. 12 Maart 1883 n". 78 P. W. 6803, R. W. v. N. 509 : de vermelding der woonplaats als volgt: „de comparante is tijdelijk alhier te /. aanwezig ten huize van den heer Mr. E. op haar terugreis naar Ned.-Indië" is geen overtreding van art. 26, daar de plaats van haar werkelijk verblijf zóó nauwkeurig is omschreven, dat liet er voor mag gehouden worden ól dat zjj nog geen vaste woonplaats in Ned.-Indië had of dat die aan den notaris onbekend was.

Dat in zoodanige gevallen ook de negatieve vermelding in de acte zoude moeten voorkomen, schrijft de wet niet voor. 1 en aanzien van de nalating van dergelijke vermelding met betrekking tot het beroep der verschijnende personen, waarvan de opgave evenzeer gebiedend is voorgeschreven als van di' der woonplaats, werd in dien zin meer dan eens beslist o. a. Rb. Arnhem ' Dec. 1848 en Rb. Leiden 24 Febr. 1851 vermeld in aant. 6.

Sluiten