Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WET OP HET NOTARISAMBT. ART. 34.

Ingeval eene verandering of bijvoeging te wijdloopig is om op den kant der akte te worden geschreven, zal die achteraan, doch vóór het slot der akte, worden geplaatst, mits de bladzijde en de regel worden aangeduid, waartoe dezelve behoort, op straffe van nietigheid van elke op eene andere wijze of zonder deze aanduiding gedane verandering of bijvoeging.

Het getal der bijgevoegde woorden of letters zal bij de bijvoeging of verandering moeten worden vermeld.

He laaisle alinea bijrjeroegil bij art. 4 der Wet van (J Mei 1878 (Stb. no. 29.)

f. Niet alleen uit hare geschiedenis (Mem. van Toel.), maar ook uit de wet zelve blijkt, dat onder veranderingen in art. 34 en 36 moet verstaan worden de vervanging van doorgehaalde, woorden.

W aar derhalve in de akte de woorden zooals zij eens waren geschreven, zijn gebleven, maar door het woord „zegge" gevolgd door eene verbeterde opgave der daaraan voorafgaande woorden zijn veranderd, is het artikel niet geschonden.

Arr. 8 Juni 1855 W. 1781, N. R.L.J 41, 182, v. d. H. G. Z. XII 277, P. VV 2478, S. v. K. 23G (2e dr.), T. v. K. X 118 XI 4; bev. Rb. Assen 19 Maart 1855 W. 1673, N. R. B. V 566, T. v. R. X 188 XV 17, Corr. XXVI 79.

«. Wel is het volgens art. 30 al. 2, indien één of meer der verschijnende personen alleen bij een bijzonder gedeelte der acte belang hebben of als gehandeld hebbende voorkomen, voldoende, dat alleen dit gedeelte door hen wordt onderteekend — weshalve zij ook in dat geval alleen de renvooien daarin voorkomende zouden hebben te teekenen — maar hiervoor kan alleen dan plaats zijn, als de akte is opgemaakt bij gedeelten, die als zoodanig kunnen worden geteekend. Waar echter gelijk in casu, de akte is opgemaakt als één doorgaand geheel en als zoodanig aan het slot ook door de verschijnende partijen is onderteekend, blijkt uit dezen aldus aangenomen vorm niet van een afzonderlijk belang van een of meer der partijen bij een bijzonder deel der akte, maar komen integendeel al de verschijnende partijen als zoodanig voor de akte in haar geheel daarbij voor. Bovendien, waar het alleen geldt de vraag of aan de bij de wet voor de inrichting der akte van voorgeschreven formaliteiten is voldaan, heeft de rechter niet te onderzoeken of en in hoeverre de partijen al dan niet uitsluitend belang hadden bij eenig bijzonder gedeelte der akte.

Sluiten