Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de nut. verzuimd heeft een perceel vast goed door de opgave van de gemeente, sectie en n". van het kadaster aan te duiden, niet, wanneer hij verkeerde kadastrale kenmerken heeft vermeld.

ft. Door de aanhaling van den perceelsgewijzen legger, in plaats van de vermelding van sectie en nummer is het art. niet overtreden, daar het doel der bepaling ongetwijfeld is, dat de onroerende goederen niet zullen worden aangeduid door derzei ver ligging en belending, gelijk vroeger gebruikelijk was, maar dat men zich van de identiteit zal kunnen verzekeren, doordat men de kadastrale aanduiding kent, welk doel evengoed bereikt wordt door de vermelding van het artikel van den legger der gemeente, omdat, wanneer men dat artikel kent en inziet, men tevens het nummer en de sectie der goederen kent.

Kb. Deventer 4 Juni 1374 W. 3757, W. N. A. 245, ook verm. in aant. 2.

®. Het art. is niet overtreden, wanneer in de akte nog het oude kadastrale nummer is vermeld en niet blijkt dat de verandering van dat nummer bij het kadaster heeft plaat* gehad vóór het verlijden der akte.

Kb. Maastricht 9 Juni 1870 W. N. A. 30, ook verm. in aant. 7.

In gelijken zin :

- Res. 28 Juni 1862 n->. 20 P. YV. 4008, T. v. R. XVIII 6», Corr. XXXVIII 314: de kad. aanduiding moet geschieden naar die van het tijdstip van hot verlijden der akte, zoodat geen akte van rectificatie kan gevorderd worden, indien tusschen het verlijden en de overschrijving der akte verandering in dé kad. nummers heeft plaats gehad en moet alzoo de overboeking ten name van den nieuwen eigenaar ook in dat geval krachtens de overgeschreven akte geschieden.

- Res. 21 April 1849 n». 53 P. VV. 1438, T. v. II. VI, Corr. XXI 4a : do < irc. n". 629, waarbij aan de ambt. der registratie vrijheid werd gegeven om dc boete niet in te vorderen, wanneer de verkeerde opgaven van de sectiën en nummers der perceelen overeenkomstig de bestaande voorschriften (art. 9 10 en 11 K. B. 8 Aug. 1838 S. n«. 27), werden verbeterd, is niet toepasselijk op de overtreding van art. 37, wier handhaving aan het Op. Min. en aan de rechterlijke macht is toevertrouwd. Vgl. Res. 19 Oct. 1852 n». 49 VUrm. in aant. 9.

- Miss. 24 Jan. 1857 n"i 144, Res. 6 Febr. 1857 n". 109 1'. VV. 2843, T. v. R. XI 208, Corr. XXVII 145: er is geen overtreding, wanneer do verkeerde aanduiding reeds bij eene nadere akte blijkt te zijn hersteld op het oogenblik, dat de ambtenaren der registratie den misslag zouden kunnen constateeren

Sluiten