Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WET 01' HET NOTARISAMBT ART. 65.

minuten, registers, repertoria en verdere stukken, de laatste voor zooverre deze niet reeds aan eigenaars of regthebbenden zijn teruggegeven, binnen veertien dagen nadat de nieuwbenoemde zyne betrekking zal hebben aanvaard, aan dezen zal overhandigen.

Indien de opengevallen plaats niet mogt worden vervuld, zullen de minuten, registers en repertoria, welke onder den overleden, ontslagen, verplaatsten of afgezetten notaris berustende waren, en op den eersten Januarij van het jaar, waarin het overlijden, ontslag, de verplaatsing of afzetting heeft plaats gehad, minder dan dertig jaren oud waren, benevens die van dat jaar zelf, bij voortduring onder den aangewezen notaris blijven berusten; terwyl de overige, binnen den tijd van drie maanden, nadat het besluit waarbij het niet vervullen der opengevallen plaats is beslist, ter zijner kennis zal zijn gekomen, door hem zullen moeten worden overgegebragt in de, naar aanleiding van art. 69 dezer wet, voor ieder arrondissement ingestelde algemeene bewaarplaats.

De nieuw benoemde notaris is tot eene gelijke overbrenging verpligt binnen den tijd van drie maanden, nadat hij die stukken van den tijdelijk aangewezen notaris zal hebben overgenomen.

Gewijzigd, bij art. 9 der Wet van 6 Mei 1878 (Stbl. n°. 29).

4. Art. 62 staat in een onmiddellijk en onafscheidelijk verband met allo de volgende artikelen betrekkelijk de overhandiging of overbrenging der minuten en hieruit volgt noodwendig, dat overal waar in die volgende artikelen wordt gehandeld van den verplaatsten notaris, daarbij uitsluitend wordt bedoeld de notaris die naar een ander kanton is verplaatst.

De notaris, die binnen hetzelfde kanton gevestigd blijft, is, naar de blijkbare bedoeling van den wetgever, volkomen gerechtigd om zijne minuten naar zijne nieuwe standplaats over te brengen en onder zich te houden en te bewaren.

Arr. 20 Juni J857 W. 1869, N. R. LVI § 40, 184, v. n. H. O. Z. XIV 20", S. v. E. 371; bev. Rb. Breda 31 Maart 1857 W. 1866, P. W. 2839, T. v. R. XI 217, Corr. XXXII 143: ook uit art. 68 resulteert onmiskenbaar, dat er in de verplaatsing van een protocol van de eene standplaats naar de andere, binnen hetzelfde kanton geen bezwaar werd gezien, waardoor het zeer begrijpelijk wordt, dat men a fortiori den not. die zolf van standplaats binnen deze grens verwisselt niet tot de overgave van zijne minuten en repertoria heeft willen verplichten.

* Bij de artt. 64 en 65 is niet onderscheiden tusschen den voorloopig met de bewaring der minuten van den ontslagene belasten not

Sluiten