Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kunstmatig geteelde oesters oj> oesterlmnken, als niet gelijk testellen met visschen, die zich in de vijvers bevinden, zijn roer. zaken.

Hol s-llage 7 Maart 1881 bev. Rb. Middelburg 7 Juli 1880 li. It I88M A bL 170.

Ook de openbare verkoop bij veiling van scbepen valt onder deze wet.

Rb. Zwolle 1 I>ei-. 1852 I*. W. IHXi, ï. v. It. VII 285.

Valt de openbare verkoop van effecten, schuldvorderingen ook onder deze wet ?

In bevestigden zin :

Air. 16 Der. IH87 W. 5507, W. N. A. 962, I'. \V. 7604, It. W. v. N.622, N. It. CXLVII 01, 417: art. 2 schrijft formaliteiten voor voor denverkoop v.iii roer. goed. met bet doel om den ontvanger in staat te stellen ontduiking van registratierecht te voorkomen, maar de bepaling van art. 12 der wet van 16 Juni 1832 S. no. 29, staat in geenerlei verband met die formaliteiten en schaft evenmin als eenige andere wet de verplichting tot aangifte, voorgeschreven bij de wet van Pluvióse af.

Dec. 7 Jan. 1810 no. li P. \V. 1/1847 no. 102: onder objets n.obiliers zijn ook begrepen onopeischliare kapitalen of renten.

In ontkennenden zin:

Rb. Maastricht 16 Sept. 1847 W. 932, P. W. 728, ll.enW. II 550, Vhoom (3e dr.) no. 1199, It. II. IX 739, T. v. It. III 210: art. 1 komt in zijne liewoordingen veel overeen met art. 69 § 5, lo. der wet van 22 Frimaire \ II en gelijk in dat art. de schuldvorderingen niet zijn begrepen kunnen dezelve evenmin geacht worden in art. 2 j". art. 1 bedoeld te zijn.

Immers zou, indien men onder objets mobiliers van art. 2 de eischbare kapitalen rangschikte, zulks tengevolge hebben, dat op den verkoop van lichamelijke roer. goederen en op dien van kapitalen, daar deze in de uitzondering van art. 12 der wet van 16 Juni IK32 S. no. 29 niet vallen, ook gelijke rechten zouden moeten geheven worden, hetgeen in strijd zoude zijn met de wet op de registratie.

Bovendien zou dan art. 16 der wet van 31 Mei 1824 (hetwelk bepaalt, dat voor verkoop en bij openbare veiling van schuldbekentenissen schuldvorderingen bet recht van registratie over de bedongen prijs niet de lasten zal geheven worden) geheel overbodig zijn, daar alsdan reeds ingevolge art. 6 wet v. Pluvióse het recht van registratie niet meer naar het nominaal bedrag

Sluiten