Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. VOLKSLEVEN.

A. GILDEN.

1. Dook, waarop in olieverf zijn geschilderd het wapen en de attributen van liet St. Lucasgilde. (1661). Hg. 0.95 M., br. 0.85 M.

N.B. Dit doek was do meesterproef voor de huisschilders.

In liet Bibliotheeks-lokaal bevindt zich een 2e exemplaar.

2. Buit in lijst, bestaande uit sierlijk uitgesneden wit en groen glas in lood gevat. 1661. Hg. 0.76 M., br. 0.69 M.

X.B. De/.e ruit was de meesterproef voor do glazenmakers.

;{, Winkel-saladesc hotel van v e r g 1 a a s d a a r d ewerk, beschilderd met bloomtiguren en het wapen van liet St. Lucasgilde. 1795. Middellijn 0.40 M.

X.B. Deze schotel maakte met de beide volgende nummers de meesterproef uit voor de plateelbakkers. Zij worden vervaardigd door />. II ar lees.

4. Strooppot, van verglaasd aardewerk, beschilderd met figuren en hot wapen van het St. Lucasgilde. 1795. lig. 0.21 M., br. 0.13 M.

5. Zoutvat, op hoogon voet van verglaasd aardewerk, beschilderd met figuren en het wapen van bet St. Lucasgilde. 1795. Hg. 0.12 \L, br. 0.09 M.

X.B. Zie Keurboek Vil f. 345 vo. (Ampliatie van den Gildebrief van het St. Lucasgilde, 29 Mei 1611).

6. Tien koperen platen, met de namen en merkteekens van de leden van liet Goud- en Zilversmidsgilde. De eerste plaat loopt van 1591 tot 1611; de tweede van 1619 tot 1654; de derde van 1656 tot 1691; de vierde van 1691 tot 17(16; op de vjjfde komt voor het jaar 1764 en eene reeks merken; de zesde van 1737 tot 1759; de zevende

Sluiten