Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ideaal en wijdt zich er aan als aan iets levends. Terwijl het deze sympathische opvatting volgt, waarvan het heel goed weet dat ze in strijd met de werkelijkheid is, blikt het kind — wat het te voren nog nooit gedaan heeft — in de toekomst, slaat dat onbeschreven boek van menschelijke verbeeldingskracht open en schrijft er allerlei verwijderde mogelijkheden, die het speelgoed voor zijn geest toovert en in wier middenpunt het staat, in." (18)

Daar het speelgoed zoo bij uitstek geschikt schijnt de schakel tusschen de groote realiteiten van het leven en de kleinheid van het kind te vormen — een ruimte, die slechts door een kleine wereld van speelgoederen van den meest verschillenden aard aangevuld kan worden — acht de schrijver het een dankbare taak vast te stellen op welke basis de belangstelling van het kind voor zijn speelgoed en zijn liefde daarvoor berust. De volgende vraag werd derhalve aan 678 jongens en 770 meisjes in den leeftijd van 7 en 16 jaren voorgelegd: „Met welk speelgoed speelt ge het liefst en waarom?"

De opgegeven redenen gaven aanleiding tot het volgende schema ter klassificatie van het lievelingsspeelgoed:

1 Nabootsing. 2 Wedijver. 3 Pleizier in geraas. 4 Verbazing en verrassing.

De eerste groep — die der nabootsing — omvat 49 % van alle opgegeven speelgoederen. Ze bevat dingen, die het kind in staat stellen handelingen, die het eens heeft gezien en die op velerlei wijze den socialen zin opwekken, na te doen. Tot deze groep behooren 15% der knapen en 34% der meisjes. Poppen worden het meest opgegeven en wel door 68 % der meisjes en 5 % der jongens. De liefhebberij in poppen, die bij de meisjes steeds zeer sterk is, is het grootst tusschen het 9de en het 13,ie jaar

Sluiten